Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2467
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2467 → ECLI:NL:PHR:2017:947 gevolgd
Inhoudsindicatie
Vertrouwensbeginsel, beroep op niet-ontvankelijkheid OM, nu verdachte mocht vertrouwen op toezegging AG in e-mail dat de zaak zou worden beëindigd. Gerechtvaardigd vertrouwen dat OM zaak t.a.v. beide tlgd. feiten wilde beëindigen? HR: art. 81.1 RO. CAG: Dat de e-mail van de AG waarin hij schrijft in te stemmen met het beëindigen van de strafzaak tegen verdachte in ongelukkige bewoordingen was gesteld, moet voor de raadsman van verdachte duidelijk zijn geweest. Het Hof is bij zijn oordeel dat verdachte er in redelijkheid niet op heeft mogen vertrouwen dat de instemming van de AG met de beëindiging van de zaak ook betrekking zou hebben op feit 1 (rijden onder invloed), niet uitgegaan van een onjuiste invulling van het vertrouwensbeginsel.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2017:1613 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.460 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/00834
LBS/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 februari 2016, nummer 21/000802-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.