Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2445
2017-09-22
Civiel recht; Personen- en familierecht
17/02120
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2445 → ECLI:NL:PHR:2017:886 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen en familierecht. Uithuisplaatsing minderjarige. Afgewezen verzoek ouders om contra-expertise o.g.v. art. 810a Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2023:72 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2021:1085 Parket bij de Hoge Raad 19-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:283 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:283 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:267 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1185 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:107 Parket bij de Hoge Raad 01-02-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.431 tekens)
22 september 2017
Eerste Kamer
17/02120
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],
2. [verzoeker 2],beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,
t e g e n
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en de G.I.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen van de rechtbank Gelderland in de zaken 273910 van 18 december 2014, 275507 van 27 januari 2015, 277869 en 278356 van 10 maart 2015 en 292358 van 10 december 2015;
b. de beschikkingen in de zaken 200.167.070, 200.167.084, 200.167.106, 200.167.110, 200.188.098 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 mei 2015 en 31 januari 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De G.I. heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep in de zaak 200.167.070 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep in de overige genoemde zaken.
De advocaat van de ouders heeft bij brief van 10 augustus 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 september 2017.
Eerste Kamer
17/02120
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],
2. [verzoeker 2],beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,
t e g e n
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en de G.I.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen van de rechtbank Gelderland in de zaken 273910 van 18 december 2014, 275507 van 27 januari 2015, 277869 en 278356 van 10 maart 2015 en 292358 van 10 december 2015;
b. de beschikkingen in de zaken 200.167.070, 200.167.084, 200.167.106, 200.167.110, 200.188.098 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 mei 2015 en 31 januari 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De G.I. heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep in de zaak 200.167.070 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep in de overige genoemde zaken.
De advocaat van de ouders heeft bij brief van 10 augustus 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 september 2017.