Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2403

2017-09-19 Strafrecht 15/05250
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-09-19
Publicatiedatum
2017-09-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
15/05250
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/993

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285.1 Sr. N.a.v. financieel geschil telefonisch door verdachte geuite bedreiging inhoudende dat aangever een probleem heeft als hij niet betaalt, dat verdachte de strot van aangever dicht knijpt als aangever bij verdachte (in de buurt) zou zijn en dat verdachte (met een paar man) naar aangever toekomt. Zijn bedreigingen van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.420 tekens)
19 september 2017
Strafkamer
nr. S 15/05250
CB/LBS


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 oktober 2015, nummer 20/001680-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2017.