Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:159
2017-02-03
Civiel recht; Insolventierecht
16/04433
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:159 → ECLI:NL:PHR:2016:1261 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheidsverweer in verband met partijwissel (fusie). Steunvorderingen aanwezig?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2024:668 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.208 tekens)
3 februari 2017
Eerste Kamer
16/04433
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolgster van Coöperatieve Rabobank Weerterland en Cranendonck U.A.,thans gevestigd te Amsterdam, voorheen gevestigd te Weert,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. T.T. van Zanten.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/214903/FT RK 15/1838 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2016 en 7 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.192.690/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. I.M.A. Lintel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. [verzoeker] op 3 februari 2017.
Eerste Kamer
16/04433
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolgster van Coöperatieve Rabobank Weerterland en Cranendonck U.A.,thans gevestigd te Amsterdam, voorheen gevestigd te Weert,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. T.T. van Zanten.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/214903/FT RK 15/1838 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2016 en 7 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.192.690/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. I.M.A. Lintel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. [verzoeker] op 3 februari 2017.