Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:158

2017-02-03 Civiel recht 16/04932
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-02-03
Publicatiedatum
2017-02-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/04932
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/203 | NJB 2017/381 | JWB 2017/50

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 BW. Cassatieberoep ingediend door minderjarigen zonder rechtsbijstand; betekenis van HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409, NJ 2015/293.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.269 tekens)
3 februari 2017
Eerste Kamer
16/04932
LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


1. [verzoekster 1] ,
2. [verzoekster 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKSTERS tot cassatie.



Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s.





1Het geding

Bij brief van 2 oktober 2016 hebben [verzoekster] c.s. een verzoek tot cassatie ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoekers in hun cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.

[verzoekster] c.s. hebben bij brief van 15 december 2016 op dit standpunt gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-12).
Hierbij verdient opmerking dat de beslissing van HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409, NJ 2015/293, rov. 3.4.5, derde alinea, niet inhoudt dat een minderjarige bij een verzoek als bedoeld in art. 1:250 BW zonder de wettelijk verplichte rechtsbijstand van een advocaat een rechtsmiddel kan aanwenden, maar uitsluitend dat de minderjarige dit kan zonder vertegenwoordigd te worden door een wettelijk vertegenwoordiger (ouder of voogd).
Gelet op het vorenstaande zal de Hoge Raad – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 februari 2017.