Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:1334

2017-07-14 Bestuursrecht; Belastingrecht 17/01192
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-07-14
Publicatiedatum
2017-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/01192
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2017/1748 | FutD 2017-1773 | Viditax (FutD) 2017071414

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.662 tekens)
14 juli 2017
Nr. 17/01192

Arrest


gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 januari 2017, nr. 16/01041, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 15/3183) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.





1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.





2Beoordeling van de klacht
De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie HR 24 februari 2017, nr. 16/01734, ECLI:NL:HR:2017:290, BNB 2017/95 en HR 24 februari 2017, nr. 16/03768, ECLI:NL:HR:2017:294, BNB 2017/96 en HR 24 februari 2017, nr. 16/04101, ECLI:NL:HR:2017:295, BNB 2017/97).



3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2017.