Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:1272
2017-07-07
Civiel recht
16/03472
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:1272 → ECLI:NL:GHAMS:2016:1180 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:1272 → ECLI:NL:PHR:2017:470 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst met statutair bestuurder; overeenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd? Geëindigd door opzegging? Aanvulling rechtsgronden? Weging gevolgen van het ontslag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1219 Gerechtshof Amsterdam 14-04-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1219 Gerechtshof Amsterdam 14-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:290 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:290 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:525 Parket bij de Hoge Raad 25-05-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:885 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-03-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4885 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.650 tekens)
7 juli 2017
Eerste Kamer
16/03472
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ORTHOCENTER N.V.,gevestigd te Purmerend,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Orthocenter.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/l5/196338/HA ZA 12-443 van de rechtbank Noord-Holland van 18 februari 2015;
b. de arresten in de zaak 200.169.644/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015 en 29 maart 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 29 maart 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Orthocenter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Orthocenter heeft voorts gevorderd de toe te wijzen proceskostenvergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 mei 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Orthocenter begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 juli 2017.
Eerste Kamer
16/03472
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ORTHOCENTER N.V.,gevestigd te Purmerend,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Orthocenter.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/l5/196338/HA ZA 12-443 van de rechtbank Noord-Holland van 18 februari 2015;
b. de arresten in de zaak 200.169.644/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015 en 29 maart 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 29 maart 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Orthocenter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Orthocenter heeft voorts gevorderd de toe te wijzen proceskostenvergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 mei 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Orthocenter begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 juli 2017.