Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:1228
2017-07-04
Strafrecht
16/00198
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:1228 → ECLI:NL:PHR:2017:590 gevolgd
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Met 16/00199 P; 16/00200 en 16/00201 samenhangende peek (OM n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.562 tekens)
4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/00198 P
CeH/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/005507-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Middelen van cassatie zijn niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Advocaat-Generaal bij het Hof in het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu het Openbaar Ministerie niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat het Openbaar Ministerie in het beroep niet kan worden ontvangen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het Openbaar-Ministerie niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2017.
Strafkamer
nr. S 16/00198 P
CeH/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/005507-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Middelen van cassatie zijn niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Advocaat-Generaal bij het Hof in het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu het Openbaar Ministerie niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat het Openbaar Ministerie in het beroep niet kan worden ontvangen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het Openbaar-Ministerie niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2017.