Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:828
2016-05-13
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/00038
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- herstel ECLI:NL:HR:2016:828 → ECLI:NL:HR:2016:499
Inhoudsindicatie
Herstelarrest. Niet-ontvankelijk cassatieberoep blijkt ingetrokken.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2016:499 Hoge Raad 25-03-2016
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:291 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 07-09-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.494 tekens)
nr. 16/00038
13 mei 2016
Herstelarrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 2016, nr. 16/00038, ECLI:NL:HR:2016:499, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2015, nr. 15/00098.
1Het arrest in het geding
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 25 maart 2016 arrest gewezen.
De Staatssecretaris heeft verzocht om verbetering van het arrest.
1.2.
In onderdeel 3 van het arrest heeft de Hoge Raad het door de Staatssecretaris ingestelde beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Voorts is aan het slot bepaald dat van de Staatssecretaris een griffierecht wordt geheven van € 503.
1.3.
Nadien is gebleken dat de Staatssecretaris het beroep in cassatie reeds bij brief van 10 februari 2016 had ingetrokken. Het op 25 maart 2016 onder nr. 16/00038 gewezen arrest had derhalve niet moeten worden gewezen en dient te vervallen.
2Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 2016, nr. 16/00038, vervallen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2016.
13 mei 2016
Herstelarrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 2016, nr. 16/00038, ECLI:NL:HR:2016:499, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2015, nr. 15/00098.
1Het arrest in het geding
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 25 maart 2016 arrest gewezen.
De Staatssecretaris heeft verzocht om verbetering van het arrest.
1.2.
In onderdeel 3 van het arrest heeft de Hoge Raad het door de Staatssecretaris ingestelde beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Voorts is aan het slot bepaald dat van de Staatssecretaris een griffierecht wordt geheven van € 503.
1.3.
Nadien is gebleken dat de Staatssecretaris het beroep in cassatie reeds bij brief van 10 februari 2016 had ingetrokken. Het op 25 maart 2016 onder nr. 16/00038 gewezen arrest had derhalve niet moeten worden gewezen en dient te vervallen.
2Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 2016, nr. 16/00038, vervallen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2016.