Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:754

2016-04-29 Civiel recht 14/05592
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-04-29
Publicatiedatum
2016-04-28
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
14/05592
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2016/588 | JWB 2016/172

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Bewijsrecht, IPR. Vervolg op HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287. Valsheid handtekening; bewijslast. Toepasselijk recht op (voor)overeenkomst houdende schikking. Vaststellingsovereenkomst?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.229 tekens)
29 april 2016
Eerste Kamer
14/05592
LZ/RB


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


in de zaak van:



[eiser] ,wonende te [woonplaats] , België,
EISER tot cassatie, verweerder in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. M.B.A. Alkema, thans mr. M. Littooij,




t e g e n




1. mr. Jan Pieter VAN LOOF, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van wijlen [A] ,
kantoorhoudende te Terneuzen,
2. [verweerster 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.



Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] , verweerders als de erven respectievelijk [verweerster 2] , en gezamenlijk als de erven c.s.





1Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in deze zaak van 12 juni 2015 ECL:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287.
Het arrest is aan dit arrest gehecht.





2Het verdere verloop

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de erven c.s. mede door mr. L. van den Eshof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het principale beroep van [eiser] voor zover dit is gericht tegen de e-mailberichten van 7 juni 2013 en 24 januari 2014 en tot verwerping van dat beroep voor het overige, alsmede tot verwerping van het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van26 februari 2016 op die conclusie gereageerd.






3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de onvoorwaardelijk voorgestelde middelen in het principale en het incidentele beroep aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Daarmee behoeft het incidentele beroep, voor zover het voorwaardelijk is ingesteld, geen behandeling.





4Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven c.s. begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het onvoorwaardelijke incidentele beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt de erven c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 april 2016.