Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:472
2016-03-22
Strafrecht
15/00403
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:472 → ECLI:NL:GHDHA:2014:4123 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:472 → ECLI:NL:PHR:2016:137 gevolgd
Inhoudsindicatie
Verkrachting. TBS. Problematiek van de weigerende observandus, vgl. EHRM 3 maart 2015, Constancia vs. Nederland, nr. 73560/12. I.c. geen schending van art. 5.1.e EVRM. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2021:1034 Parket bij de Hoge Raad 14-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:880 Parket bij de Hoge Raad 08-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2018:1191 Parket bij de Hoge Raad 06-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:777 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:437 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1014 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1014 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.416 tekens)
22 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/00403
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/005914-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2016.
Strafkamer
nr. S 15/00403
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/005914-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2016.