Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:455

2016-03-18 Civiel recht; Personen- en familierecht 15/05775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-03-18
Publicatiedatum
2016-03-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/05775
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JWB 2016/115 | RvdW 2016/414 | Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4928

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. IPR familierecht. Klacht over schending Egyptisch recht. Geen toetsing in cassatie (art. 79 lid 1, onder b, RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.386 tekens)
18 maart 2016
Eerste Kamer
15/05775
EV/LZ


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking


in de zaak van:



[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,



t e g e n




[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.






Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaken 180379/FA RK 10-5331 en 179485/FA RK 10-4994 van de rechtbank Midden-Nederland van 5 augustus 2013;
b. de beschikkingen in de zaak 200.136.404/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juni 2014, 3 februari 2015, 19 februari 2015 en 15 september 2015.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 maart 2016.