Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:394
2016-03-11
Civiel recht
14/06071
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:394 → ECLI:NL:GHAMS:2014:3428 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:394 → ECLI:NL:PHR:2015:2412 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands of Arubaans recht? Had hof de aansprakelijkheid ambtshalve moeten beoordelen naar Arubaans recht?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (27)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:2022 Rechtbank Amsterdam 11-02-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:3815 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-06-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2936 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-05-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:559 Gerechtshof Amsterdam 04-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3452 Gerechtshof Amsterdam 17-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6924 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-11-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5265 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-08-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3372 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1409 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2023:10864 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-12-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:10421 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-12-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:10122 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-11-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:8989 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-10-2023
- ECLI:NL:GHARL:2022:10007 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-11-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:4819 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:382 Parket bij de Hoge Raad 22-04-2022
- ECLI:NL:GHARL:2021:8638 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-09-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4341 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:428 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:427 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:43 Parket bij de Hoge Raad 15-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:1452 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-02-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:256 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-01-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:3679 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:335 Parket bij de Hoge Raad 01-03-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2018:7930 Rechtbank Amsterdam 07-11-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:8333 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-09-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.339 tekens)
11 maart 2016
Eerste Kamer
14/06071
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
BOEKEL DE NERÉE N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en BDN.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 491756/HA ZA 11-1787 van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2011, 21 maart 2012 en 5 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.124.642/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 augustus 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BDN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor BDN toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van15 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BDN begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 maart 2016.
Eerste Kamer
14/06071
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
BOEKEL DE NERÉE N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en BDN.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 491756/HA ZA 11-1787 van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2011, 21 maart 2012 en 5 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.124.642/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 augustus 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BDN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor BDN toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van15 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BDN begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 maart 2016.