Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:369
2016-03-04
Civiel recht
15/01045
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:369 → ECLI:NL:GHARL:2014:8902 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:369 → ECLI:NL:PHR:2015:2684 gevolgd
Inhoudsindicatie
Productenaansprakelijkheid, art. 6:185 BW. Letselschade vrachtwagenchauffeur door kanteling cabine truck. Causaal verband. Uitleg dictum arrest hof.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:1998:ZC2553 Hoge Raad 23-01-1998
- ECLI:NL:HR:2014:1532 Hoge Raad 27-06-2014
Geciteerd door (80)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1976 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-07-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2026:5283 Rechtbank Gelderland 25-06-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1578 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-06-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:3600 Rechtbank Rotterdam 24-03-2026
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:303 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 09-12-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:11634 Rechtbank Limburg 25-11-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2002 Gerechtshof Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5677 Rechtbank Gelderland 16-07-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:3174 Rechtbank Limburg 03-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:365 Parket bij de Hoge Raad 21-03-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1357 Rechtbank Amsterdam 26-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1139 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6687 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 01-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:988 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:988 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2917 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10832 Rechtbank Den Haag 12-07-2024
- ECLI:NL:RBGEL:2024:3755 Rechtbank Gelderland 19-06-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1981 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:588 Parket bij de Hoge Raad 31-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:591 Parket bij de Hoge Raad 31-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:589 Parket bij de Hoge Raad 31-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:590 Parket bij de Hoge Raad 31-05-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:729 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 05-03-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:257 Gerechtshof Den Haag 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:184 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2024
- ECLI:NL:RBLIM:2024:384 Rechtbank Limburg 31-01-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3681 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 07-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:849 Parket bij de Hoge Raad 29-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:770 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2820 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 05-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:429 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:6 Rechtbank Noord-Holland 03-01-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2022:3538 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-10-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:7521 Rechtbank Rotterdam 05-09-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:8145 Rechtbank Noord-Holland 29-08-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2836 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16-08-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2749 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-08-2022
- ECLI:NL:HR:2022:854 Hoge Raad 10-06-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1231 Parket bij de Hoge Raad 24-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1144 Parket bij de Hoge Raad 03-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1148 Parket bij de Hoge Raad 03-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1064 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1064 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:RBROT:2021:11476 Rechtbank Rotterdam 27-10-2021
- ECLI:NL:RBROT:2021:9534 Rechtbank Rotterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:10375 Rechtbank Den Haag 22-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:741 Parket bij de Hoge Raad 06-08-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2286 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-07-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:423 Rechtbank Oost-Brabant 28-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1102 Parket bij de Hoge Raad 20-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:9253 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-11-2020
- ECLI:NL:RBLIM:2020:9440 Rechtbank Limburg 04-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:800 Parket bij de Hoge Raad 11-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:690 Parket bij de Hoge Raad 26-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:563 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:565 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1703 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-06-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:3687 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-05-2020
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.852 tekens)
4 maart 2016
Eerste Kamer
15/01045
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
VOLVO GROUP THE NETHERLANDS B.V. h.o.d.n. Renault Trucks Nederland,gevestigd te Beesd, gemeente Geldermalsen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Volvo en [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 104656/HA ZA 09-917 van de rechtbank Zutphen van 9 december 2009, 31 maart 2010 en 12 september 2012;
b. het arrest in de zaak 200.123.116 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Volvo beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Volvo mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Volvo heeft bij brief van 18 december 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
3.1
Voor zover voor de afdoening in cassatie van belang, gaat het in deze zaak om het volgende. [verweerder] heeft bij een eenzijdig ongeval met een door hem bestuurde vrachtwagen ernstig letsel opgelopen. Bij dat ongeval is de kantelbare cabine van de vrachtwagen naar voren op het wegdek geklapt. De rechtbank heeft bij eindvonnis geoordeeld dat sprake is geweest van een gebrek in de zin van art. 6:185 BW in het vergrendelmechanisme van de cabine van de vrachtwagen en heeft voor recht verklaard dat (de rechtsvoorgangster van) Volvo “aansprakelijk is voor het door [verweerder] ten gevolge van het ongeval (…) opgelopen letsel en de daaruit voor [verweerder] voortvloeiende schade (…)”. Het hof heeft dat vonnis bekrachtigd.
3.2
De klachten van de onderdelen 1 en 2 van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3
Onderdeel 3 klaagt over onbegrijpelijkheid van de slotsom van het arrest van het hof dat de vonnissen van de rechtbank zullen worden bekrachtigd (rov. 5) en over de daarmee overeenstemmende bekrachtiging van die vonnissen in het dictum van zijn arrest. Het onderdeel betoogt dat het dictum van het eindvonnis van de rechtbank te ruim is geformuleerd en dat het hof dat dictum had moeten herformuleren in die zin, dat (de rechtsvoorgangster van) Volvo aansprakelijk is voor het door [verweerder] “ten gevolge van het gebrek (in het vergrendelmechanisme van de cabine van de truck)” opgelopen letsel en de daaruit voor [verweerder] voortvloeiende schade.
3.4
Het onderdeel kan wegens gebrek aan belang evenmin tot cassatie leiden. Het dictum van een uitspraak dient te worden uitgelegd met inachtneming van de overwegingen die tot die beslissing hebben geleid (zie onder meer HR 23 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2553, NJ 2000/544 en HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1532). Zoals ook [verweerder] in cassatie betoogt, blijkt uit de overwegingen van het hof (rov. 4.12 en 4.13, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4) dat het heeft geoordeeld dat Volvo aansprakelijk is voor letselschade van [verweerder] ten gevolge van het gebrek in het vergrendelmechanisme van de cabine van de vrachtwagen. De bekrachtiging door het hof van het eindvonnis van de rechtbank betekent dus dat het hof de verklaring voor recht van de rechtbank heeft uitgelegd in de door het onderdeel bepleite zin.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Volvo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 4 maart 2016.
Eerste Kamer
15/01045
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
VOLVO GROUP THE NETHERLANDS B.V. h.o.d.n. Renault Trucks Nederland,gevestigd te Beesd, gemeente Geldermalsen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Volvo en [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 104656/HA ZA 09-917 van de rechtbank Zutphen van 9 december 2009, 31 maart 2010 en 12 september 2012;
b. het arrest in de zaak 200.123.116 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Volvo beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Volvo mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Volvo heeft bij brief van 18 december 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
3.1
Voor zover voor de afdoening in cassatie van belang, gaat het in deze zaak om het volgende. [verweerder] heeft bij een eenzijdig ongeval met een door hem bestuurde vrachtwagen ernstig letsel opgelopen. Bij dat ongeval is de kantelbare cabine van de vrachtwagen naar voren op het wegdek geklapt. De rechtbank heeft bij eindvonnis geoordeeld dat sprake is geweest van een gebrek in de zin van art. 6:185 BW in het vergrendelmechanisme van de cabine van de vrachtwagen en heeft voor recht verklaard dat (de rechtsvoorgangster van) Volvo “aansprakelijk is voor het door [verweerder] ten gevolge van het ongeval (…) opgelopen letsel en de daaruit voor [verweerder] voortvloeiende schade (…)”. Het hof heeft dat vonnis bekrachtigd.
3.2
De klachten van de onderdelen 1 en 2 van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3
Onderdeel 3 klaagt over onbegrijpelijkheid van de slotsom van het arrest van het hof dat de vonnissen van de rechtbank zullen worden bekrachtigd (rov. 5) en over de daarmee overeenstemmende bekrachtiging van die vonnissen in het dictum van zijn arrest. Het onderdeel betoogt dat het dictum van het eindvonnis van de rechtbank te ruim is geformuleerd en dat het hof dat dictum had moeten herformuleren in die zin, dat (de rechtsvoorgangster van) Volvo aansprakelijk is voor het door [verweerder] “ten gevolge van het gebrek (in het vergrendelmechanisme van de cabine van de truck)” opgelopen letsel en de daaruit voor [verweerder] voortvloeiende schade.
3.4
Het onderdeel kan wegens gebrek aan belang evenmin tot cassatie leiden. Het dictum van een uitspraak dient te worden uitgelegd met inachtneming van de overwegingen die tot die beslissing hebben geleid (zie onder meer HR 23 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2553, NJ 2000/544 en HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1532). Zoals ook [verweerder] in cassatie betoogt, blijkt uit de overwegingen van het hof (rov. 4.12 en 4.13, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4) dat het heeft geoordeeld dat Volvo aansprakelijk is voor letselschade van [verweerder] ten gevolge van het gebrek in het vergrendelmechanisme van de cabine van de vrachtwagen. De bekrachtiging door het hof van het eindvonnis van de rechtbank betekent dus dat het hof de verklaring voor recht van de rechtbank heeft uitgelegd in de door het onderdeel bepleite zin.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Volvo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 4 maart 2016.