Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:2913

2016-12-20 Strafrecht 15/02726
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-12-20
Publicatiedatum
2016-12-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
15/02726
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/77

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Schatting w.v.v. ontleend aan financieel rapport. Ondanks ontbreken aanvulling b.m. voldaan aan motiveringsverplichting art. 359.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/02724, 15/02727 en 15/02729 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.575 tekens)
20 december 2016
Strafkamer
nr. S 15/02726 P
CB/EC

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2015, nummer 21/000442-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:




[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben E.M. Witjens en L.E.G. van der Hut, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.


2 Beoordeling van het middel




Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.