Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2913
2016-12-20
Strafrecht
15/02726
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2913 → ECLI:NL:PHR:2016:1281 gevolgd
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Schatting w.v.v. ontleend aan financieel rapport. Ondanks ontbreken aanvulling b.m. voldaan aan motiveringsverplichting art. 359.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/02724, 15/02727 en 15/02729 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2025:244 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:927 Parket bij de Hoge Raad 10-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:964 Parket bij de Hoge Raad 31-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2019:589 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1196 Parket bij de Hoge Raad 30-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:622 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.575 tekens)
20 december 2016
Strafkamer
nr. S 15/02726 P
CB/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2015, nummer 21/000442-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben E.M. Witjens en L.E.G. van der Hut, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.
Strafkamer
nr. S 15/02726 P
CB/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2015, nummer 21/000442-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben E.M. Witjens en L.E.G. van der Hut, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.