Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2876
2016-12-16
Civiel recht
15/04418
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2876 → ECLI:NL:GHARL:2015:4385 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2876 → ECLI:NL:PHR:2016:1021 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid accountant, zorgplicht jegens derden, waardering aandelen. Schadestaatprocedure, beoordeling relativiteitsvereiste.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (20)
- ECLI:NL:PHR:2025:305 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:305 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:633 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:633 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:633 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:633 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:633 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2022:3141 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13-09-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2020:4625 Rechtbank Overijssel 28-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:746 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:746 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:746 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:746 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:746 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:5245 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:521 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:339 Parket bij de Hoge Raad 01-03-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2018:11670 Rechtbank Noord-Holland 31-10-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:472 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:513 Parket bij de Hoge Raad 09-06-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.504 tekens)
16 december 2016
Eerste Kamer
15/04418
JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. ACCON AVM ACCOUNTANTS B.V.,gevestigd te Drachten,
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en verweerster als [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/17/118826/HA ZA 12-80 van de rechtbank Leeuwarden van 4 juli 2012 en van de rechtbank Noord-Nederland van 16 oktober 2013;
b. de arresten in de zaak 200.140.315/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 januari 2015 en 16 juni 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] c.s. hebben bij brief van 28 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 december 2016.
Eerste Kamer
15/04418
JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. ACCON AVM ACCOUNTANTS B.V.,gevestigd te Drachten,
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en verweerster als [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/17/118826/HA ZA 12-80 van de rechtbank Leeuwarden van 4 juli 2012 en van de rechtbank Noord-Nederland van 16 oktober 2013;
b. de arresten in de zaak 200.140.315/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 januari 2015 en 16 juni 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] c.s. hebben bij brief van 28 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 december 2016.