Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:232
2016-02-12
Civiel recht
14/05873
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:232 → ECLI:NL:PHR:2015:2330 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Opdracht. Fouten bij administratie afdrachtverminderingen door gemeente.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.994 tekens)
12 februari 2016
Eerste Kamer
14/05873
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE HENGELO,zetelende te Hengelo,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ALMELO,gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en OPOA.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 115159/HA ZA 10-1050 van de rechtbank Almelo van 21 september 2011;
b. de arresten in de zaak 200.097.975 en 200.098.110 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2012, 26 maart 2013, 24 december 2013 en 12 augustus 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 24 december 2013 en 12 augustus 2014 heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. OPOA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep en OPOA vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 26 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van OPOA begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 februari 2016.
Eerste Kamer
14/05873
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE HENGELO,zetelende te Hengelo,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ALMELO,gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en OPOA.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 115159/HA ZA 10-1050 van de rechtbank Almelo van 21 september 2011;
b. de arresten in de zaak 200.097.975 en 200.098.110 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2012, 26 maart 2013, 24 december 2013 en 12 augustus 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 24 december 2013 en 12 augustus 2014 heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. OPOA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep en OPOA vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 26 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van OPOA begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 februari 2016.