Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2183
2016-09-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
15/04972
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2183 → ECLI:NL:GHARL:2015:6372 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2183 → ECLI:NL:PHR:2016:504 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Ontheffing uit ouderlijk gezag na periode van uithuisplaatsing; art. 1:266 en 268 (oud) BW. Ongeschiktheid of onmacht tot verzorging en opvoeding. Passeren van verzoek om contra-expertise (art. 810a Rv).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2020:1185 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:886 Parket bij de Hoge Raad 14-07-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.612 tekens)
23 september 2016
Eerste Kamer
15/04972
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO MIDDEN-NEDERLAND,gevestigd te Lelystad,
2. STICHTING SAMEN VEILIG FLEVOLAND, thans middels fusie opgegaan in Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,gevestigd te Almere,
3. [de pleegouders],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,
4. [de moeder], woonplaats kiezende ten kantore van
haar advocaat,
VERWEERSTER in cassatie
advocaat: S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de Raad, de GI, de pleegouders en de moeder.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/16/369474 / FL RK 14-1099 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 november 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.165.881/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 augustus 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De moeder heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 16 juni 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 september 2016.
Eerste Kamer
15/04972
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO MIDDEN-NEDERLAND,gevestigd te Lelystad,
2. STICHTING SAMEN VEILIG FLEVOLAND, thans middels fusie opgegaan in Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,gevestigd te Almere,
3. [de pleegouders],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,
4. [de moeder], woonplaats kiezende ten kantore van
haar advocaat,
VERWEERSTER in cassatie
advocaat: S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de Raad, de GI, de pleegouders en de moeder.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/16/369474 / FL RK 14-1099 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 november 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.165.881/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 augustus 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De moeder heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 16 juni 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 september 2016.