Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2063
2016-09-13
Strafrecht
15/00361
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2063 → ECLI:NL:PHR:2016:888 gevolgd
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Falende klacht m.b.t. de motivering van de vaststelling van het w.v.v. Het middel klaagt dat het w.v.v. is gebaseerd op feiten waarvan betrokkene is vrijgesproken. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/00571, 15/00573 en 15/03296.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2022:90 Parket bij de Hoge Raad 08-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1227 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1227 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2017:1589 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:438 Parket bij de Hoge Raad 09-05-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.462 tekens)
13 september 2016
Strafkamer
nr. S 15/00361 P
ABG/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 januari 2015, nummer 22/003579-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016.
Strafkamer
nr. S 15/00361 P
ABG/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 januari 2015, nummer 22/003579-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016.