Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1455
2016-07-08
Civiel recht
15/02300
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:1455 → ECLI:NL:GHDHA:2015:1421 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:1455 → ECLI:NL:PHR:2016:351 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand. Is ontbinding gerechtvaardigd? Art. 6:265 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2026:115 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2018:787 Parket bij de Hoge Raad 06-07-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:787 Parket bij de Hoge Raad 06-07-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:84 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:51 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.351 tekens)
8 juli 2016
Eerste Kamer
15/02300
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
STICHTING STAEDION,gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Staedion.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1252900/13-7039 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 december 2013;
b. de arresten in de zaak 200.151.401/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2014 en 13 januari 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 13 januari 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Staedion heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Staedion begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.
Eerste Kamer
15/02300
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
STICHTING STAEDION,gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Staedion.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1252900/13-7039 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 december 2013;
b. de arresten in de zaak 200.151.401/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2014 en 13 januari 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 13 januari 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Staedion heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Staedion begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.