Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1402
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:1402 → ECLI:NL:PHR:2016:592 contrair
Inhoudsindicatie
Uitlevering aan Zwitserland. Art. 12 EUV. In gevolge art. 12.2 EUV dient tot staving van het uitleveringsverzoek in een geval als i.c. te worden overlegd het origineel of een authentiek afschrift van het bevel tot aanhouding of van een andere akte die dezelfde kracht heeft, opgemaakt in de vorm voorgeschreven door de wet van de verzoekende Partij. Bij de aan de HR gezonden stukken van het geding bevindt zich weliswaar een stuk waarvan de Rb heeft vastgesteld dat het een kopie van een gescand aanhoudingsbevel is, doch niet enig stuk dat als origineel of authentiek afschrift in de zin van art. 12.2 EUV kan worden aangemerkt. De HR stelt de AG in de gelegenheid het dossier aan te vullen met een aanhoudingsbevel dat aan de verdragseis van art. 12.2 EUV voldoet en verwijst de zaak naar een toekomstige rolzitting. Conclusie AG: anders.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1985 Rechtbank Amsterdam 26-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1214 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2018:104 Rechtbank Amsterdam 11-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:212 Parket bij de Hoge Raad 03-01-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:212 Parket bij de Hoge Raad 03-01-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:212 Parket bij de Hoge Raad 03-01-2017
- ECLI:NL:HR:2016:2295 Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:977 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.557 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/00620 U
CB/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 december 2015, nummer 13/751664-15, op een verzoek van de Zwitserse Bondsstaat tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het tweede middel
2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat het door de verzoekende Staat overgelegde bevel tot aanhouding voldoet aan de eisen van art. 12 Europees Verdrag betreffende uitlevering (hierna: EUV).
2.2.
Ingevolge art. 12, tweede lid aanhef en onder a, EUV dient tot staving van het uitleveringsverzoek in een geval als het onderhavige te worden overgelegd het origineel of een authentiek afschrift van een bevel tot aanhouding of van een andere akte die dezelfde kracht heeft, opgemaakt in de vorm voorgeschreven door de wet van de verzoekende Partij.
2.3.
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding bevindt zich weliswaar een stuk waarvan de Rechtbank heeft vastgesteld dat het een kopie van een gescand aanhoudingsbevel is, doch niet enig stuk dat als het origineel of een authentiek afschrift in de zin van genoemde verdragsbepaling kan worden aangemerkt.
2.4.
Alvorens verder te beslissen zal de Advocaat-Generaal in de gelegenheid worden gesteld het dossier aan te vullen met een aanhoudingsbevel dat aan voormelde verdragseis voldoet.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 augustus 2016;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.