Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1023
2016-05-31
Strafrecht
15/03685
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:1023 → ECLI:NL:PHR:2016:438 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beschikking ex art. 552f Sv. Art. 23 Sv, oproepen betrokkene. Art. 23, tweede lid, Sv brengt mee dat de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de HR op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van het onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2021:27 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1187 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1125 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:548 Parket bij de Hoge Raad 28-05-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:177 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1006 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:993 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:388 Parket bij de Hoge Raad 24-04-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:376 Parket bij de Hoge Raad 24-04-2018
- ECLI:NL:PHR:2016:1050 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.187 tekens)
31 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/03685 B
AJ/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 16 april 2015, nummer RK 15/1577, gegeven op een vordering als bedoeld in art. 552f Sv, in de zaak van:
[belanghebbende]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft M.C. van Linde, advocaat te Groningen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel richt zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat de belanghebbende behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van de vordering van de Officier van Justitie tot onttrekking aan het verkeer in raadkamer.
2.2.
Blijkens de bestreden beschikking zijn de goederen waarop de in het middel bedoelde vordering van de Officier van Justitie betrekking heeft - en waarvan de Rechtbank de onttrekking aan het verkeer heeft gelast - onder de belanghebbende in beslag genomen. De belanghebbende is, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, niet bij het onderzoek in raadkamer verschenen.
2.3.
Art. 23, tweede lid, Sv brengt mee, voor zover hier van belang, dat de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van het onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.
2.4.
Het middel is gegrond.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.
Strafkamer
nr. S 15/03685 B
AJ/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 16 april 2015, nummer RK 15/1577, gegeven op een vordering als bedoeld in art. 552f Sv, in de zaak van:
[belanghebbende]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft M.C. van Linde, advocaat te Groningen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel richt zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat de belanghebbende behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van de vordering van de Officier van Justitie tot onttrekking aan het verkeer in raadkamer.
2.2.
Blijkens de bestreden beschikking zijn de goederen waarop de in het middel bedoelde vordering van de Officier van Justitie betrekking heeft - en waarvan de Rechtbank de onttrekking aan het verkeer heeft gelast - onder de belanghebbende in beslag genomen. De belanghebbende is, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, niet bij het onderzoek in raadkamer verschenen.
2.3.
Art. 23, tweede lid, Sv brengt mee, voor zover hier van belang, dat de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van het onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.
2.4.
Het middel is gegrond.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.