Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:8
2015-01-06
Strafrecht
13/03882
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:8 → ECLI:NL:PHR:2014:2451 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beklag. Beslag. Art. 552a Sv. HR verklaart klager n-o in het beroep, nu het beslag inmiddels is beëindigd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2019:395 Parket bij de Hoge Raad 23-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1305 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:946 Parket bij de Hoge Raad 20-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1079 Parket bij de Hoge Raad 11-07-2017
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.153 tekens)
6 januari 2015
Strafkamer
nr. 13/03882 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 juni 2013, nummer RK 13/725, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder [betrokkene] van een personenauto met het kenteken [AA-00-BB]. De Rechtbank heeft bij de bestreden beschikking het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen personenauto ongegrond verklaard.
2.2.
Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de beslagene.
2.3.
Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)"
2.4.
Gelet op het voorgaande is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klager in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2015.
Strafkamer
nr. 13/03882 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 juni 2013, nummer RK 13/725, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder [betrokkene] van een personenauto met het kenteken [AA-00-BB]. De Rechtbank heeft bij de bestreden beschikking het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen personenauto ongegrond verklaard.
2.2.
Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de beslagene.
2.3.
Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)"
2.4.
Gelet op het voorgaande is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klager in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2015.