Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3554
2015-12-11
Civiel recht
14/04460
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:3554 → ECLI:NL:GHDHA:2014:1583 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:3554 → ECLI:NL:PHR:2015:1879 gevolgd
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige mededinging. Bescherming handelsnaam en domeinnaam tegen overeenstemmende (domein)naam op grond van onrechtmatige daad. Zuiver beschrijvende aanduiding.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2009:BJ9431 Hoge Raad 20-11-2009
- ECLI:NL:HR:1987:AG5592 Hoge Raad 08-05-1987
Geciteerd door (50)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6275 Rechtbank Midden-Nederland 01-09-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 Rechtbank Midden-Nederland 30-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11031 Rechtbank Den Haag 06-05-2026
- ECLI:NL:RBOBR:2026:2053 Rechtbank Oost-Brabant 31-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7136 Rechtbank Den Haag 25-03-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2025:13230 Rechtbank Limburg 19-11-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5789 Rechtbank Amsterdam 13-09-2023
- ECLI:NL:RBNNE:2023:1139 Rechtbank Noord-Nederland 22-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8269 Rechtbank Den Haag 17-08-2022
- ECLI:NL:RBOBR:2022:3411 Rechtbank Oost-Brabant 12-08-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8827 Rechtbank Den Haag 03-08-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:864 Rechtbank Midden-Nederland 09-03-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:1209 Rechtbank Gelderland 08-03-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:10446 Rechtbank Den Haag 24-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:644 Parket bij de Hoge Raad 25-06-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:636 Rechtbank Noord-Nederland 25-02-2021
- ECLI:NL:HR:2021:269 Hoge Raad 19-02-2021
- ECLI:NL:HR:2021:269 Hoge Raad 19-02-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:364 Rechtbank Amsterdam 28-01-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:277 Rechtbank Overijssel 20-01-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:23 Rechtbank Midden-Nederland 08-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1215 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1215 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1215 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1215 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1215 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1657 Gerechtshof Den Haag 21-04-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:1515 Rechtbank Noord-Nederland 11-03-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:8167 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-10-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:6769 Rechtbank Noord-Holland 23-07-2019
- ECLI:NL:RBROT:2019:5848 Rechtbank Rotterdam 17-07-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:5033 Rechtbank Amsterdam 19-06-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:5012 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-06-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:2806 Rechtbank Amsterdam 12-04-2019
- ECLI:NL:OGEAA:2019:184 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 20-03-2019
- ECLI:NL:HR:2018:2221 Hoge Raad 30-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1422 Parket bij de Hoge Raad 09-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1024 Parket bij de Hoge Raad 07-09-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:8955 Rechtbank Den Haag 24-07-2018
- ECLI:NL:RBNHO:2018:5667 Rechtbank Noord-Holland 04-07-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:7745 Rechtbank Den Haag 27-06-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2018:1801 Rechtbank Limburg 21-02-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2017:4802 Rechtbank Noord-Nederland 08-12-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2622 Gerechtshof Den Haag 19-09-2017
- ECLI:NL:RBAMS:2017:315 Rechtbank Amsterdam 11-01-2017
- ECLI:NL:RBOVE:2016:4885 Rechtbank Overijssel 12-12-2016
- ECLI:NL:RBGEL:2016:4864 Rechtbank Gelderland 19-07-2016
- ECLI:NL:RBDHA:2016:6475 Rechtbank Den Haag 15-06-2016
- ECLI:NL:RBNHO:2016:4695 Rechtbank Noord-Holland 28-03-2016
- ECLI:NL:RBDHA:2016:1182 Rechtbank Den Haag 09-02-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.261 tekens)
11 december 2015
Eerste Kamer
14/04460
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ARTIESTENVERLONINGEN B.V.,gevestigd te Wijk bij Duurstede,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
PRAE ARTIESTENVERLONING B.V.,gevestigd te Zwijndrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en mr. V. Rörsch.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97585/HA ZA 12-2092 van de rechtbank Dordrecht van 4 juli 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.744/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Artiestenverloningen beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Prae Artiestenverloning heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep met veroordeling van Artiestenverloningen in de kosten op de voet van art. 1019h Rv.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning zijn beide ondernemingen die zich bezighouden met het verzorgen van de loonadministratie van en voor artiesten.
(ii) In 2002 heeft Artiestenverloningen de domeinnaam “www.artiestenverloningen.nl” geregistreerd. Die domeinnaam geeft toegang tot de website waarop zij haar diensten aanbiedt.
(iii) Prae Artiestenverloning is opgericht in 2011. De website waarop Prae Artiestenverloninghaar diensten aanbiedt, is toegankelijk via de domeinnaam “www.artiestenverloning.nl”.
(iv) Bij kortgedingvonnis van 15 september 2011 is Prae Artiestenverloning op vordering van Artiestenverloningen veroordeeld om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Dit vonnis is in hoger beroep, voor zover in cassatie van belang, bekrachtigd.
3.2
Ook in deze bodemprocedure vordert Artiestenverloningen een veroordeling van Prae Artiestenverloning om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Aan haar vordering heeft Artiestenverloningen ten grondslag gelegd, voor zover in cassatie van belang, dat Prae Artiestenverloning onrechtmatig jegens haar handelt door het gebruik van de aanduiding “artiestenverloning.nl” als domeinnaam, welke domeinnaam verwarring wekt met haar handels- en domeinnaam.
3.3
De rechtbank heeft deze vordering toegewezen, maar het hof heeft haar alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen.
De aanduiding ‘artiestenverloning(en)’ is louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren (rov. 8). Het gebruik van een louter beschrijvende domeinnaam waardoor gevaar bestaat voor verwarring met de domeinnaam of de handelsnaam van een ander, is in beginsel niet onrechtmatig, ook niet wanneer dit nadeel aan de ander toebrengt. Dat kan anders zijn indien er sprake is van voldoende ernstige bijkomende omstandigheden. Uit de stellingen van partijen blijkt niet dat in deze zaak sprake is van dergelijke omstandigheden. Dat Prae Artiestenverloning bewust voor deze louter beschrijvende domeinnaam heeft gekozen, levert niet een dergelijke omstandigheid op. Afgezien hiervan geldt nog het volgende. De stelling van Artiestenverloningen dat Prae Artiestenverloning bewust heeft aangehaakt bij de handels- en domeinnaam van Artiestenverloningen is, gelet op de gemotiveerde betwisting door Prae Artiestenverloning, onvoldoende onderbouwd. Dat Artiestenverloningen, naar zij stelt, ‘een zekere bekendheid’ geniet, is onvoldoende om het louter beschrijvende karakter op te heffen (‘inburgering’). (rov. 9)
3.4.1
Het middel bestrijdt het oordeel van het hof met verscheidene klachten. Terzake wordt als volgt overwogen.
3.4.2
De handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Voor zover deze wet de gebruiker van een handelsnaam geen bescherming geeft, met name doordat deze hem slechts beschermt tegen het gebruik van dezelfde of van een overeenstemmende naam als handelsnaam (art. 5 Hnw), biedt art. 6:162 BW aanvullende bescherming tegen het latere gebruik van dezelfde of een overeenstemmende naam dat verwarring wekt, bijvoorbeeld in een domeinnaam (vgl. onder meer HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431, NJ 2009/583 (Euro-Tyre)).
3.4.3
Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.
3.4.4
Naar de in cassatie niet bestreden vaststelling van het hof, is de aanduiding ‘artiestenverloning’ louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren. Nu het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam (vgl. met betrekking tot art. 5 Hnw HR 8 mei 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5592, NJ 1988/36 (Bouwcentrum), rov. 3.6), is in een geval als het onderhavige het gebruik van een dergelijke aanduiding, ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen.
3.4.5
Tegen de achtergrond van het hiervoor in 3.4.2-3.4.4 overwogene, geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.4.6
De klachten van het middel stuiten op het vorenstaande af.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Artiestenverloningen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prae Artiestenverloning begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.
Eerste Kamer
14/04460
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ARTIESTENVERLONINGEN B.V.,gevestigd te Wijk bij Duurstede,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
PRAE ARTIESTENVERLONING B.V.,gevestigd te Zwijndrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en mr. V. Rörsch.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97585/HA ZA 12-2092 van de rechtbank Dordrecht van 4 juli 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.744/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Artiestenverloningen beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Prae Artiestenverloning heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep met veroordeling van Artiestenverloningen in de kosten op de voet van art. 1019h Rv.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning zijn beide ondernemingen die zich bezighouden met het verzorgen van de loonadministratie van en voor artiesten.
(ii) In 2002 heeft Artiestenverloningen de domeinnaam “www.artiestenverloningen.nl” geregistreerd. Die domeinnaam geeft toegang tot de website waarop zij haar diensten aanbiedt.
(iii) Prae Artiestenverloning is opgericht in 2011. De website waarop Prae Artiestenverloninghaar diensten aanbiedt, is toegankelijk via de domeinnaam “www.artiestenverloning.nl”.
(iv) Bij kortgedingvonnis van 15 september 2011 is Prae Artiestenverloning op vordering van Artiestenverloningen veroordeeld om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Dit vonnis is in hoger beroep, voor zover in cassatie van belang, bekrachtigd.
3.2
Ook in deze bodemprocedure vordert Artiestenverloningen een veroordeling van Prae Artiestenverloning om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Aan haar vordering heeft Artiestenverloningen ten grondslag gelegd, voor zover in cassatie van belang, dat Prae Artiestenverloning onrechtmatig jegens haar handelt door het gebruik van de aanduiding “artiestenverloning.nl” als domeinnaam, welke domeinnaam verwarring wekt met haar handels- en domeinnaam.
3.3
De rechtbank heeft deze vordering toegewezen, maar het hof heeft haar alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen.
De aanduiding ‘artiestenverloning(en)’ is louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren (rov. 8). Het gebruik van een louter beschrijvende domeinnaam waardoor gevaar bestaat voor verwarring met de domeinnaam of de handelsnaam van een ander, is in beginsel niet onrechtmatig, ook niet wanneer dit nadeel aan de ander toebrengt. Dat kan anders zijn indien er sprake is van voldoende ernstige bijkomende omstandigheden. Uit de stellingen van partijen blijkt niet dat in deze zaak sprake is van dergelijke omstandigheden. Dat Prae Artiestenverloning bewust voor deze louter beschrijvende domeinnaam heeft gekozen, levert niet een dergelijke omstandigheid op. Afgezien hiervan geldt nog het volgende. De stelling van Artiestenverloningen dat Prae Artiestenverloning bewust heeft aangehaakt bij de handels- en domeinnaam van Artiestenverloningen is, gelet op de gemotiveerde betwisting door Prae Artiestenverloning, onvoldoende onderbouwd. Dat Artiestenverloningen, naar zij stelt, ‘een zekere bekendheid’ geniet, is onvoldoende om het louter beschrijvende karakter op te heffen (‘inburgering’). (rov. 9)
3.4.1
Het middel bestrijdt het oordeel van het hof met verscheidene klachten. Terzake wordt als volgt overwogen.
3.4.2
De handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Voor zover deze wet de gebruiker van een handelsnaam geen bescherming geeft, met name doordat deze hem slechts beschermt tegen het gebruik van dezelfde of van een overeenstemmende naam als handelsnaam (art. 5 Hnw), biedt art. 6:162 BW aanvullende bescherming tegen het latere gebruik van dezelfde of een overeenstemmende naam dat verwarring wekt, bijvoorbeeld in een domeinnaam (vgl. onder meer HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431, NJ 2009/583 (Euro-Tyre)).
3.4.3
Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.
3.4.4
Naar de in cassatie niet bestreden vaststelling van het hof, is de aanduiding ‘artiestenverloning’ louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren. Nu het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam (vgl. met betrekking tot art. 5 Hnw HR 8 mei 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5592, NJ 1988/36 (Bouwcentrum), rov. 3.6), is in een geval als het onderhavige het gebruik van een dergelijke aanduiding, ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen.
3.4.5
Tegen de achtergrond van het hiervoor in 3.4.2-3.4.4 overwogene, geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.4.6
De klachten van het middel stuiten op het vorenstaande af.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Artiestenverloningen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prae Artiestenverloning begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.