Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3318
2015-11-17
Strafrecht
14/01970
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:3318 → ECLI:NL:PHR:2015:2261 gevolgd
Inhoudsindicatie
Nietigheid dagvaarding in h.b.? De akte van uitreiking van de dagvaarding in h.b. bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434.1 Sv toegezonden stukken en uit een brief van het Hof blijkt dat die akte in het ongerede is geraakt . In cassatie moet het er daarom voor worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De HR verklaart om doelmatigheidsredenen zelf de appeldagvaarding nietig.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2022:239 Parket bij de Hoge Raad 15-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2019:1289 Parket bij de Hoge Raad 10-09-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:607 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:459 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.621 tekens)
17 november 2015
Strafkamer
nr. S 14/01970
ABG/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 december 2013, nummer 21/006706-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep niet nietig heeft verklaard.
2.2.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
2.3.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van het Hof van 24 juli 2014, inhoudende - zakelijk weergegeven - dat de akte van uitreiking van voormelde dagvaarding in het ongerede is geraakt.
2.4.
Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep. Blijkens de hiervoor onder 2.3 vermelde brief is dit stuk in het ongerede geraakt. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend.
2.5.
Het middel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2015.
Strafkamer
nr. S 14/01970
ABG/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 december 2013, nummer 21/006706-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep niet nietig heeft verklaard.
2.2.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
2.3.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van het Hof van 24 juli 2014, inhoudende - zakelijk weergegeven - dat de akte van uitreiking van voormelde dagvaarding in het ongerede is geraakt.
2.4.
Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep. Blijkens de hiervoor onder 2.3 vermelde brief is dit stuk in het ongerede geraakt. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend.
2.5.
Het middel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2015.