Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3217
2015-11-03
Strafrecht
14/01741
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:3217 → ECLI:NL:GHAMS:2013:3529 meerdere afhandelingswijzen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:3217 → ECLI:NL:PHR:2015:2098 gevolgd
Inhoudsindicatie
Overschrijding redelijke termijn in appel en in cassatie. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG zijn de middelen terecht voorgesteld. HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert de door het Hof opgelegde gevangenisstraf.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6732 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 07-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:498 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:330 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2022
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.810 tekens)
3 november 2015
Strafkamer
nr. S 14/01741
ABO/AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2013, nummer 23/002234-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede en het derde middel
3.1.
De middelen klagen dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden zowel bij de behandeling van de zaak in hoger beroep als in de cassatiefase omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal zijn de middelen terecht voorgesteld.
3.3.
De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. Een en ander moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde gevangenisstraf van veertig weken.
4Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 35 weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2015.
Strafkamer
nr. S 14/01741
ABO/AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2013, nummer 23/002234-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede en het derde middel
3.1.
De middelen klagen dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden zowel bij de behandeling van de zaak in hoger beroep als in de cassatiefase omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal zijn de middelen terecht voorgesteld.
3.3.
De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. Een en ander moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde gevangenisstraf van veertig weken.
4Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 35 weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2015.