Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:307
2015-02-13
Civiel recht; Personen- en familierecht
14/01396
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:307 → ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8235 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:307 → ECLI:NL:PHR:2014:2483 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden houdende volledige uitsluiting. Beroep op derogerende werking redelijkheid en billijkheid. Art. 843a Rv. Stelplicht. Tardieve eiswijziging.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:RBROT:2023:2656 Rechtbank Rotterdam 08-03-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3557 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25-11-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:2311 Rechtbank Gelderland 03-05-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:2277 Rechtbank Noord-Holland 16-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:992 Parket bij de Hoge Raad 23-10-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2316 Rechtbank Amsterdam 15-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:829 Parket bij de Hoge Raad 06-07-2018
- ECLI:NL:OGEAA:2017:890 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 08-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.322 tekens)
13 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/01396
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats], Spanje,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 366547 FA RK 10-3830 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 juni 2011;
b. de beschikkingen in de zaak 200.091.593/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 februari 2012 en 18 december 2013.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping in het principale en incidentele cassatieberoep.
3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 februari 2015.
Eerste Kamer
nr. 14/01396
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats], Spanje,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 366547 FA RK 10-3830 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 juni 2011;
b. de beschikkingen in de zaak 200.091.593/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 februari 2012 en 18 december 2013.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping in het principale en incidentele cassatieberoep.
3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 februari 2015.