Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1744
2015-06-26
Civiel recht
14/03085
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:1744 → ECLI:NL:GHDHA:2014:318 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1744 → ECLI:NL:PHR:2015:574 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Terugvordering van koopsom die op rekening van derde is betaald. Is derde partij bij koopovereenkomst? (Bevrijdende) betaling, art.6:32-34 BW. Onverschuldigde betaling, art. 6:203 BW. Ongerechtvaardigde verrijking, art. 6:212 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2019:231 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:182 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.327 tekens)
26 juni 2015
Eerste Kamer
nr. 14/03085
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Jaap SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], h.o.d.n. tandartsenpraktijk [A],gevestigd te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J.E. Harmsen,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88059 \ HA ZA 10-2583 van de rechtbank Dordrecht van 27 oktober 2010 en 5 oktober 2011;
b. het arrest in de zaak 200.098.178/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een anticipatie-exploot uitgebracht. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.
Eerste Kamer
nr. 14/03085
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Jaap SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], h.o.d.n. tandartsenpraktijk [A],gevestigd te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J.E. Harmsen,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88059 \ HA ZA 10-2583 van de rechtbank Dordrecht van 27 oktober 2010 en 5 oktober 2011;
b. het arrest in de zaak 200.098.178/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een anticipatie-exploot uitgebracht. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.