Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1701
2015-06-23
Strafrecht
13/05488
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1701 → ECLI:NL:PHR:2015:955 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beklag tegen beslag dat is gelegd op dossiers onder de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Afgeleid verschoningsrecht. Zaak tegen een voormalig arts van de Haagse “CityKliniek”. Stukken die onder het verschoningsrecht vallen. HR: op gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG kan het middel niet tot cassatie leiden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2024:818 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:819 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2020:221 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:221 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:221 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:221 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2015:2463 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (1.938 tekens)
23 juni 2015
Strafkamer
nr. S 13/05488 B
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 16 juli 2013, nummer RK 11/1435, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede middel
3.1.
Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat een deel van de inbeslaggenomen stukken niet valt onder het van de klager afgeleide verschoningsrecht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.11 tot en met 6.13 kan het middel niet tot cassatie leiden.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015.
Strafkamer
nr. S 13/05488 B
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 16 juli 2013, nummer RK 11/1435, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede middel
3.1.
Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat een deel van de inbeslaggenomen stukken niet valt onder het van de klager afgeleide verschoningsrecht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.11 tot en met 6.13 kan het middel niet tot cassatie leiden.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015.