Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1671
2015-06-19
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/02306
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:1671 → ECLI:NL:GHAMS:2014:1438 (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Inhoudsindicatie
Omzetbelasting. Art. 9, lid 2, letter a, Wet OB 1968 jo. posten a.1 en a.41 van Tabel I. Verlaagd tarief voor levering van een paddenstoelensporen bevattende vloeistof voor de kweek van (verboden) psilocybe paddenstoelen (paddo’s)?
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2014:3613 Hoge Raad 19-12-2014
Geciteerd door (29)
- ECLI:NL:HR:2026:450 Hoge Raad 10-04-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3554 Gerechtshof Amsterdam 14-10-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3553 Gerechtshof Amsterdam 14-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2144 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2144 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2147 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2147 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2147 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2145 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2145 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2145 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2144 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-07-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2268 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2270 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2269 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2267 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-04-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:1956 Rechtbank Noord-Holland 08-02-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:1954 Rechtbank Noord-Holland 05-02-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:7637 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-11-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3125 Gerechtshof Amsterdam 26-09-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1581 Gerechtshof Den Haag 15-06-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1581 Gerechtshof Den Haag 15-06-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2022:4791 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-08-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:4789 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-08-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:4790 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-08-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:5269 Rechtbank Noord-Holland 10-06-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:3460 Rechtbank Gelderland 08-06-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:4493 Rechtbank Den Haag 26-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2018:625 Parket bij de Hoge Raad 08-06-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (6.377 tekens)
Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 14/02306
19 juni 2015
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2014, nr. 13/00488, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/5781) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 juni 2009 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende produceert en levert onder meer kweekvloeistof ten behoeve van het kweken van psilocybe paddenstoelen (hierna: paddo’s). Hij schaft daartoe sporen aan van diverse soorten paddo’s. Hij vermengt deze sporen met gesteriliseerd kraanwater en verpakt het aldus ontstane product (hierna: de kweekvloeistof) in een injectiespuit. Deze injectiespuit met daarin de kweekvloeistof wordt vervolgens door belanghebbende verkocht. De afnemer moet de kweekvloeistof uit de injectiespuit in een voedingsbodem injecteren en onder de juiste condities verzorgen. Na ongeveer een maand ontstaat een schimmelachtige substantie (mycelium), waaruit paddo's groeien.
2.2.
Voor het Hof was in geschil of belanghebbende ter zake van de levering van de (injectiespuiten met) kweekvloeistof omzetbelasting is verschuldigd naar het verlaagde dan wel het algemene tarief.
Het Hof heeft geoordeeld dat het algemene tarief van toepassing is. Het Hof heeft daartoe onder meer geoordeeld dat de kweekvloeistof niet kan worden gerangschikt onder post a.41 van tabel I, behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet OB), omdat - aldus het Hof - de kweekvloeistof is bestemd voor de teelt van paddo's en paddo's niet zijn aan te merken als eetwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie in de zin van post a.1 van tabel I.
De klachten zijn onder meer tegen de hiervoor omschreven oordelen van het Hof gericht.
2.3.1.
Tot de in post a.1 van tabel I vermelde voedingsmiddelen behoren mede de in post a.3 van die tabel genoemde “groenten” en “fruit”. Onder deze laatstvermelde begrippen dienen onder meer te worden begrepen voor menselijke consumptie bestemde (dat wil zeggen eetbare) paddenstoelen. Tot post a.3 moet voorts worden gerekend het zogeheten broed waaruit voor menselijke consumptie bestemde paddenstoelen groeien (zie HR 19 december 2014, nr. 13/01817, ECLI:NL:HR:2014:3613, BNB 2015/67).
2.3.2.
Op grond van de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding wordt aangenomen dat tussen partijen niet in geschil is dat paddo's eetbaar zijn. Hiervan uitgaande brengt het hiervoor in 2.3.1 overwogene mee dat paddo's zijn aan te merken als voedingsmiddelen in de zin van post a.1 van tabel I. De omstandigheid dat paddo's vanwege hun hallucinerende werking als genotmiddel plegen te worden geconsumeerd, doet daaraan niet af (zie het hiervoor in 2.3.1 aangehaalde arrest, onderdeel 2.3.4).
2.3.3.
Eetbare paddenstoelen behoren tot de in post a.1 van tabel I vermelde voedingsmiddelen. Sporen van paddenstoelen zijn gelijk te stellen aan plantenzaden. Ingevolge artikel 9, lid 2, letter b, van de Wet OB in samenhang gelezen met post a.41 van tabel I is het verlaagde tarief van toepassing op land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in die tabel vermelde producten. Voor de kweek van eetbare paddenstoelen bestemde sporen moeten op grond van dit een en ander worden aangemerkt als in post a.41 van tabel I bedoelde land- en tuinbouwzaden. Dit is, zoals volgt uit het hiervoor in 2.3.1 en 2.3.2 overwogene, niet anders voor sporen van paddo’s. Hieraan doet niet af dat de sporen zijn vermengd met water en zijn verpakt in een injectiespuit noch dat, zoals het Hof terecht heeft overwogen, de levering geschiedt aan anderen dan landbouwers. Evenmin doet daaraan af dat de sporen dienen voor de teelt van paddenstoelen die met ingang van 1 december 2008 zijn opgenomen in Bijlage I, Lijst II, bij de Opiumwet. Mitsdien is de levering van de kweekvloeistof onderworpen aan het verlaagde tarief.
2.4.
Op grond van hetgeen hiervoor in 2.3.3 is overwogen, slagen de klachten voor zover zij zijn gericht tegen 's Hofs hiervoor in 2.2 omschreven oordelen. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. De klachten behoeven voor het overige geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
3Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof alsmede de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
vernietigt de uitspraken van de Inspecteur betreffende de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
vernietigt de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 246, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 980 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.
Derde Kamer
Nr. 14/02306
19 juni 2015
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2014, nr. 13/00488, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/5781) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 juni 2009 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende produceert en levert onder meer kweekvloeistof ten behoeve van het kweken van psilocybe paddenstoelen (hierna: paddo’s). Hij schaft daartoe sporen aan van diverse soorten paddo’s. Hij vermengt deze sporen met gesteriliseerd kraanwater en verpakt het aldus ontstane product (hierna: de kweekvloeistof) in een injectiespuit. Deze injectiespuit met daarin de kweekvloeistof wordt vervolgens door belanghebbende verkocht. De afnemer moet de kweekvloeistof uit de injectiespuit in een voedingsbodem injecteren en onder de juiste condities verzorgen. Na ongeveer een maand ontstaat een schimmelachtige substantie (mycelium), waaruit paddo's groeien.
2.2.
Voor het Hof was in geschil of belanghebbende ter zake van de levering van de (injectiespuiten met) kweekvloeistof omzetbelasting is verschuldigd naar het verlaagde dan wel het algemene tarief.
Het Hof heeft geoordeeld dat het algemene tarief van toepassing is. Het Hof heeft daartoe onder meer geoordeeld dat de kweekvloeistof niet kan worden gerangschikt onder post a.41 van tabel I, behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet OB), omdat - aldus het Hof - de kweekvloeistof is bestemd voor de teelt van paddo's en paddo's niet zijn aan te merken als eetwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie in de zin van post a.1 van tabel I.
De klachten zijn onder meer tegen de hiervoor omschreven oordelen van het Hof gericht.
2.3.1.
Tot de in post a.1 van tabel I vermelde voedingsmiddelen behoren mede de in post a.3 van die tabel genoemde “groenten” en “fruit”. Onder deze laatstvermelde begrippen dienen onder meer te worden begrepen voor menselijke consumptie bestemde (dat wil zeggen eetbare) paddenstoelen. Tot post a.3 moet voorts worden gerekend het zogeheten broed waaruit voor menselijke consumptie bestemde paddenstoelen groeien (zie HR 19 december 2014, nr. 13/01817, ECLI:NL:HR:2014:3613, BNB 2015/67).
2.3.2.
Op grond van de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding wordt aangenomen dat tussen partijen niet in geschil is dat paddo's eetbaar zijn. Hiervan uitgaande brengt het hiervoor in 2.3.1 overwogene mee dat paddo's zijn aan te merken als voedingsmiddelen in de zin van post a.1 van tabel I. De omstandigheid dat paddo's vanwege hun hallucinerende werking als genotmiddel plegen te worden geconsumeerd, doet daaraan niet af (zie het hiervoor in 2.3.1 aangehaalde arrest, onderdeel 2.3.4).
2.3.3.
Eetbare paddenstoelen behoren tot de in post a.1 van tabel I vermelde voedingsmiddelen. Sporen van paddenstoelen zijn gelijk te stellen aan plantenzaden. Ingevolge artikel 9, lid 2, letter b, van de Wet OB in samenhang gelezen met post a.41 van tabel I is het verlaagde tarief van toepassing op land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in die tabel vermelde producten. Voor de kweek van eetbare paddenstoelen bestemde sporen moeten op grond van dit een en ander worden aangemerkt als in post a.41 van tabel I bedoelde land- en tuinbouwzaden. Dit is, zoals volgt uit het hiervoor in 2.3.1 en 2.3.2 overwogene, niet anders voor sporen van paddo’s. Hieraan doet niet af dat de sporen zijn vermengd met water en zijn verpakt in een injectiespuit noch dat, zoals het Hof terecht heeft overwogen, de levering geschiedt aan anderen dan landbouwers. Evenmin doet daaraan af dat de sporen dienen voor de teelt van paddenstoelen die met ingang van 1 december 2008 zijn opgenomen in Bijlage I, Lijst II, bij de Opiumwet. Mitsdien is de levering van de kweekvloeistof onderworpen aan het verlaagde tarief.
2.4.
Op grond van hetgeen hiervoor in 2.3.3 is overwogen, slagen de klachten voor zover zij zijn gericht tegen 's Hofs hiervoor in 2.2 omschreven oordelen. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. De klachten behoeven voor het overige geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
3Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof alsmede de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
vernietigt de uitspraken van de Inspecteur betreffende de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
vernietigt de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de heffingsrente,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 246, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 980 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.