Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:106
2015-01-23
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/02573
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:106 → ECLI:NL:GHDHA:2014:1236
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5173 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5173 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4363 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 09-07-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:2915 Rechtbank Oost-Brabant 22-05-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1275 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-03-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1275 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3252 Gerechtshof Amsterdam 01-12-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.740 tekens)
23 januari 2015
Nr. 14/02573
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 april 2014, nr. BK-13/01430, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. AWB 13/4250 GGH) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslagen in de afvalstoffenheffing en de rioolheffing van de gemeente Leiden en de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de watersysteemheffing van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015.
Nr. 14/02573
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 april 2014, nr. BK-13/01430, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. AWB 13/4250 GGH) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslagen in de afvalstoffenheffing en de rioolheffing van de gemeente Leiden en de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de watersysteemheffing van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015.