Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:846
2014-04-08
Strafrecht
12/04716
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:846 → ECLI:NL:GHARN:2012:BX9270 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:846 → ECLI:NL:PHR:2014:249 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2019:1233 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1412 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1408 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:253 Parket bij de Hoge Raad 14-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2015:1354 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2763 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2763 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (1.439 tekens)
8 april 2014
Strafkamer
nr. 12/04716
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 oktober 2012, nummer 21/002318-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2014.
Strafkamer
nr. 12/04716
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 oktober 2012, nummer 21/002318-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2014.