Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:744
2014-03-28
Civiel recht
13/03777
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:744 → ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9684 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:744 → ECLI:NL:PHR:2014:74 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Gezagsbeslissingen minderjarigen. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone verblijfplaats kind op tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt; art. 8 lid 1 Brussel II-bis.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:8206 Rechtbank Limburg 03-11-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.155 tekens)
28 maart 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03777
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],wonende te Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
1. [de vader],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
2. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ’S-HERTOGENBOSCH,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 246521/FA RK 12-2169 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 september 2012 en 20 december 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.119.623/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 mei 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 28 februari 2014 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.
Eerste Kamer
nr. 13/03777
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],wonende te Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
1. [de vader],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
2. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ’S-HERTOGENBOSCH,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 246521/FA RK 12-2169 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 september 2012 en 20 december 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.119.623/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 mei 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 28 februari 2014 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.