Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:309
2014-02-14
Bestuursrecht; Belastingrecht
12/03463
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:309 → ECLI:NL:GHSGR:2012:BX5770
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4936 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17-07-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:2976 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-05-2023
- ECLI:NL:HR:2018:225 Hoge Raad 20-02-2018
- ECLI:NL:HR:2018:226 Hoge Raad 20-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1537 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1536 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.240 tekens)
14 februari 2014
Nr. 12/03463
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 29 juni 2012, nr. BK-11/00454, betreffende een aanslag in de forensenbelasting.
1Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 een aanslag in de forensenbelasting van de gemeente Goedereede opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Goedereede is gehandhaafd.
De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 11/1413 FB) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goedereede heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft voorts een geschrift ingediend na afloop van de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.
3Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2014.
Nr. 12/03463
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 29 juni 2012, nr. BK-11/00454, betreffende een aanslag in de forensenbelasting.
1Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 een aanslag in de forensenbelasting van de gemeente Goedereede opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Goedereede is gehandhaafd.
De Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 11/1413 FB) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goedereede heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft voorts een geschrift ingediend na afloop van de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.
3Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2014.