Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:289
2014-02-11
Strafrecht
12/05188
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:289 → ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1246 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:289 → ECLI:NL:PHR:2013:2485 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:PHR:2024:107 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:390 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:392 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:10 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1001 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1002 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1003 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1212 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.467 tekens)
11 februari 2014
Strafkamer
nr. 12/05188
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2012, nummer 22/003470-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014.
Strafkamer
nr. 12/05188
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2012, nummer 22/003470-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014.