Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:1610
2014-07-08
Strafrecht
13/02132
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:1610 → ECLI:NL:PHR:2014:700 contrair
Inhoudsindicatie
Geen beslissing t.a.v. beslag, art. 353 Sv. HR: art. 80a RO. De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, aangezien hij binnen de in art. 552a.3 Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a.1 Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.2.3, m.b.t. een verzuim als het onderhavige). Conclusie AG: anders.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2012:BX0146 Hoge Raad 11-09-2012
Geciteerd door (11)
- ECLI:NL:PHR:2026:837 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:48 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2023:1134 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:893 Parket bij de Hoge Raad 10-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:893 Parket bij de Hoge Raad 10-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2021:266 Parket bij de Hoge Raad 23-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:1337 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:1212 Parket bij de Hoge Raad 03-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1297 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1039 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2016
- ECLI:NL:HR:2016:1005 Hoge Raad 07-06-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.518 tekens)
8 juli 2014
Strafkamer
nr. 13/02132
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2013, nummer 22/001220-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarin niet een beslissing is opgenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen, tot een beslissing tot teruggave van alle voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest van het Hof van 18 juli 2008 gehechte lijst en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Het middel bevat de klacht dat het Hof heeft verzuimd op de voet van art. 353 Sv een beslissing te nemen ten aanzien van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
2.2.
De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, aangezien hij binnen de in art. 552a, derde lid, Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (vgl. HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov. 2.2.3 met betrekking tot een verzuim als het onderhavige).
2.3.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a RO - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2014.
Strafkamer
nr. 13/02132
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2013, nummer 22/001220-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarin niet een beslissing is opgenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen, tot een beslissing tot teruggave van alle voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest van het Hof van 18 juli 2008 gehechte lijst en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Het middel bevat de klacht dat het Hof heeft verzuimd op de voet van art. 353 Sv een beslissing te nemen ten aanzien van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
2.2.
De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, aangezien hij binnen de in art. 552a, derde lid, Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (vgl. HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov. 2.2.3 met betrekking tot een verzuim als het onderhavige).
2.3.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a RO - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2014.