Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:157
2014-01-24
Civiel recht
13/01365
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:157 → ECLI:NL:PHR:2013:1459 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Beroep op exoneratieclausule naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Passeren bewijsaanbod. Motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2017:1178 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2017
- ECLI:NL:RBROT:2015:3919 Rechtbank Rotterdam 27-05-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (3.146 tekens)
24 januari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/01365
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
DANA PETROLEUM NETHERLANDS B.V., voorheen Petro-Canada Netherlands B.V.,gevestigd te ’s-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Dana.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 319825/HA ZA 08-3106 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 december 2008, 8 april 2009, 12 mei 2010 en 13 oktober 2010;
b. de arresten in de zaak 200.079.897/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 8 februari 2011 en 11 december 2012.
Het arrest van het hof van 11 december 2012 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 11 december 2012 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Dana heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad, en voor Dana mede door mr. H.W. Koggink, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 december 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dana begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.
Eerste Kamer
nr. 13/01365
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
DANA PETROLEUM NETHERLANDS B.V., voorheen Petro-Canada Netherlands B.V.,gevestigd te ’s-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Dana.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 319825/HA ZA 08-3106 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 december 2008, 8 april 2009, 12 mei 2010 en 13 oktober 2010;
b. de arresten in de zaak 200.079.897/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 8 februari 2011 en 11 december 2012.
Het arrest van het hof van 11 december 2012 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 11 december 2012 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Dana heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad, en voor Dana mede door mr. H.W. Koggink, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 december 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dana begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.