Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BZ5407
2013-03-26
Strafrecht
12/03230 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ5407 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ5407
Inhoudsindicatie
Beschikking. Beklag tegen art. 94a Sv beslag. Maatstaf. De HR herhaalt rov. 2.15 uit HR LJN BL2823. Indien buiten twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en zich niet de situatie voordoet a.b.i. art. 94a.3 of 4 Sv, dient het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager te worden teruggegeven. Onderzoek naar het belang van strafvordering is dan niet aan de orde. Het Hof heeft een onjuiste maatstaf aangelegd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (26)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23652 Rechtbank Den Haag 10-12-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9008 Rechtbank Amsterdam 31-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:901 Parket bij de Hoge Raad 26-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:353 Parket bij de Hoge Raad 16-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:51 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:52 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:736 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:736 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:737 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:376 Parket bij de Hoge Raad 04-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:85 Parket bij de Hoge Raad 24-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1162 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:835 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:386 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:401 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:207 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:210 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:865 Parket bij de Hoge Raad 28-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:566 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:127 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:498 Parket bij de Hoge Raad 26-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:268 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:1085 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1092 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1091 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:875 Parket bij de Hoge Raad 04-09-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (4.578 tekens)
26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/03230 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juni 2012, nummer 20/001256-11, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de beoordeling van het klaagschrift de verkeerde maatstaf heeft aangelegd.
2.2. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard. Het Hof heeft daartoe het volgende overwogen:
"Het klaagschrift richt zich tegen het uitblijven van een last tot teruggave van de in het klaagschrift genoemde en onder [medeklager] in diens strafzaak inbeslaggenomen personenauto, merk Audi A6, kenteken [AA-00-BB].
Bij een gelijktijdig op 13 februari 2012 ingediend klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft [medeklager] verzocht de teruggave van genoemde personenauto Audi A6 te gelasten aan [klager], welk voertuig in eigendom toebehoort aan [klager].
Blijkens kennisgeving van inbeslagneming ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering is op genoemde personenauto conservatoir beslag gelegd ingeval aan [medeklager] de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt opgelegd.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag ten behoeve van het recht tot verhaal moet worden gehandhaafd, nu de officier van justitie kenbaar heeft gemaakt voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.
Naar het oordeel van het hof verzet het belang van Strafvordering zich tegen teruggave, zoals door verzoeker verzocht, omdat in de aangekondigde ontnemingsprocedure nog niet onherroepelijk einduitspraak is gedaan en het inbeslaggenomene kan dienen tot verhaal van het in de ontnemingszaak eventueel toe te wijzen bedrag."
2.3. Ingeval een beslag is gelegd als bedoeld in art. 94a Sv en een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht - die stelt eigenaar te zijn, op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet (vgl. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.15).
Indien buiten twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en zich niet de situatie voordoet als bedoeld in art. 94a, derde of vierde lid, Sv, dient het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager te worden teruggegeven. Onderzoek naar het belang van strafvordering is dan niet aan de orde.
2.4. Het Hof heeft een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2013.
Strafkamer
nr. S 12/03230 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juni 2012, nummer 20/001256-11, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de beoordeling van het klaagschrift de verkeerde maatstaf heeft aangelegd.
2.2. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard. Het Hof heeft daartoe het volgende overwogen:
"Het klaagschrift richt zich tegen het uitblijven van een last tot teruggave van de in het klaagschrift genoemde en onder [medeklager] in diens strafzaak inbeslaggenomen personenauto, merk Audi A6, kenteken [AA-00-BB].
Bij een gelijktijdig op 13 februari 2012 ingediend klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft [medeklager] verzocht de teruggave van genoemde personenauto Audi A6 te gelasten aan [klager], welk voertuig in eigendom toebehoort aan [klager].
Blijkens kennisgeving van inbeslagneming ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering is op genoemde personenauto conservatoir beslag gelegd ingeval aan [medeklager] de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt opgelegd.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag ten behoeve van het recht tot verhaal moet worden gehandhaafd, nu de officier van justitie kenbaar heeft gemaakt voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.
Naar het oordeel van het hof verzet het belang van Strafvordering zich tegen teruggave, zoals door verzoeker verzocht, omdat in de aangekondigde ontnemingsprocedure nog niet onherroepelijk einduitspraak is gedaan en het inbeslaggenomene kan dienen tot verhaal van het in de ontnemingszaak eventueel toe te wijzen bedrag."
2.3. Ingeval een beslag is gelegd als bedoeld in art. 94a Sv en een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht - die stelt eigenaar te zijn, op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet (vgl. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.15).
Indien buiten twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en zich niet de situatie voordoet als bedoeld in art. 94a, derde of vierde lid, Sv, dient het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager te worden teruggegeven. Onderzoek naar het belang van strafvordering is dan niet aan de orde.
2.4. Het Hof heeft een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2013.