Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BZ1431

2013-02-19 Strafrecht 12/02399
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-02-19
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
12/02399
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/372 | SR-Updates.nl 2013-0075

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De middelen, die ervan uitgaan dat de raadsman ttz. in h.b. de in e.a. voorgedragen verweren in h.b. heeft gevoerd, kunnen niet tot cassatie leiden bij gebrek aan feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (15)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.592 tekens)
19 februari 2013
Strafkamer
nr. S 12/02399


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 april 2012, nummer 22/005534-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.


2. Beoordeling van de middelen

2.1. De middelen richten zich tegen de verwerping van het beroep op (putatief) noodweer en (putatief) noodweerexces, zoals daarvan blijkt uit het in zoverre door het Hof bevestigde vonnis van de Rechtbank.


2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:
"De raadsman voert het woord tot verdediging en verzoekt zijn in eerste aanleg gevoerde verweren als hier herhaald en ingelast te beschouwen (...)."


2.3. Geen rechtsregel verplicht de rechter te beslissen omtrent enig verweer dat niet door of namens de verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk is voorgedragen. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt niet in dat het Hof heeft ingestemd met voormeld verzoek van de raadsman en evenmin dat de raadsman met instemming van het Hof heeft mogen volstaan met een korte aanduiding van de in eerste aanleg gevoerde en in hoger beroep uitdrukkelijk gehandhaafde verweren. In cassatie moet het daarom ervoor worden gehouden dat noch het een noch het ander is geschied.

2.4. De middelen, die ervan uitgaan dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep de in eerste aanleg voorgedragen verweren in hoger beroep heeft gevoerd, missen derhalve feitelijke grondslag en kunnen dus niet tot cassatie leiden.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 19 februari 2013.