Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BY8343
2013-01-22
Strafrecht
11/03160
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BY8343 → ECLI:NL:PHR:2013:BY8343
Inhoudsindicatie
HR: 81 lid 1 RO
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.741 tekens)
22 januari 2013
Strafkamer
nr. S 11/03160
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2011, nummer 22/005870-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verbetering dan wel verbeterde lezing van het bestreden arrest voor zover daarin per abuis van opzetheling wordt gerept, eventueel tot vernietiging van het bestreden arrest indien en voor zover daarbij als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust ten onrechte niet art. 180 Sr is vermeld, met dien verstande dat dan de Hoge Raad zelf als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust art. 180 Sr vermeldt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.
Strafkamer
nr. S 11/03160
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2011, nummer 22/005870-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verbetering dan wel verbeterde lezing van het bestreden arrest voor zover daarin per abuis van opzetheling wordt gerept, eventueel tot vernietiging van het bestreden arrest indien en voor zover daarbij als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust ten onrechte niet art. 180 Sr is vermeld, met dien verstande dat dan de Hoge Raad zelf als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust art. 180 Sr vermeldt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.