Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BY6100

2013-03-01 Civiel recht 12/02269
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-03-01
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
12/02269
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/347 | JWB 2013/125

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Procesrecht. Cassatieberoep van tussenbeschikking, niet-ontvankelijkheid, art. 426 lid 4 en 401a lid 2 Rv.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.523 tekens)
1 maart 2013
Eerste Kamer
12/02269
EE/TJ


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,


t e g e n


[De vrouw],
wonende te [woonplaats], Spanje,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 366547/FA RK 10-3830 van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 juni 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.091.593/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 februari 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de man in zijn cassatieberoep.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De in cassatie bestreden beschikking is een tussenbeschikking, nu het hof hiermee niet reeds door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het verzochte een einde aan het geding heeft gemaakt. Van deze tussenbeschikking is tussentijds cassatieberoep ingevolge art. 426 lid 4 in verbinding met art. 401a lid 2 Rv uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald.
Nu van dit laatste niet is gebleken, is de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.


4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.