Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:784
2013-09-27
Civiel recht; Insolventierecht
13/01714
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:784 → ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8305 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:784 → ECLI:NL:PHR:2013:120 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Weigering toelating. Poging tot minnelijke regeling ondernomen? Art. 288 lid 2 sub b Fw. Voldaan aan vereiste art. 288 lid 1 sub a Fw?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3145 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 08-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:885 Parket bij de Hoge Raad 14-07-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.798 tekens)
27 september 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01714
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/253963/FT-RK 12.1724 van de rechtbank Oost-Brabant van 11 januari 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.120.378/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 23 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.
Eerste Kamer
nr. 13/01714
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/253963/FT-RK 12.1724 van de rechtbank Oost-Brabant van 11 januari 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.120.378/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 23 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.