Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:719
2013-09-20
Civiel recht
12/03343
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:719 → ECLI:NL:PHR:2013:38 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, NJ 2011/475. Arbitrage. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Opdracht arbiters; art. 1065 lid 1 onder c Rv.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2010:BK8097 Hoge Raad 23-04-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.497 tekens)
20 september 2013
Eerste Kamer
nr. 12/03343
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. AREB HOLDING B.V.,gevestigd te Alphen aan den Rijn,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L. Daum,
t e g e n
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. AMEG B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 08/02687, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, van de Hoge Raad van 23 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.091.567/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 17 april 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 20 september 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/03343
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. AREB HOLDING B.V.,gevestigd te Alphen aan den Rijn,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L. Daum,
t e g e n
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. AMEG B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 08/02687, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, van de Hoge Raad van 23 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.091.567/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 17 april 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 20 september 2013.