Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:1628
2013-12-06
Civiel recht; Insolventierecht
13/03627
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:1628 → ECLI:NL:GHARL:2013:5146 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:1628 → ECLI:NL:PHR:2013:995 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2014:2599 Parket bij de Hoge Raad 07-11-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (2.162 tekens)
6 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/03627
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/340589/FT RK 13/848 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 mei 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.812 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op de voet van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 25 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 6 december 2013.
Eerste Kamer
nr. 13/03627
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/340589/FT RK 13/848 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 mei 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.812 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op de voet van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 25 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 6 december 2013.