Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:1041
2013-10-25
Civiel recht
13/01047
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:1041 → ECLI:NL:GHSHE:2012:BY4027 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:1041 → ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8258 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:1041 → ECLI:NL:PHR:2013:839 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot terugbetaling onverschuldigd uitgekeerd wachtgeld; art. 6:203 BW. Uitleg stellingen partijen. Feitelijke grondslag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2024:184 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2017:103 Parket bij de Hoge Raad 17-02-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.377 tekens)
25 oktober 2013
Eerste Kamer
13/01047
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
APG ALGEMENE PENSIOEN GROEP N.V,gevestigd te Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en APG.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97275/HA ZA 04-1148 van de rechtbank Maastricht van 18 maart 2009 en 26 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.073.218 en HD 200.073.218/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 12 juni 2012 en 20 november 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 12 juni 2012 en 20 november 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
APG heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede door mr. L.E.H. van de Wouw-Scholz, advocaat te Amsterdam, voor APG.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van APG begroot op € 2.552,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 25 oktober 2013.
Eerste Kamer
13/01047
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
APG ALGEMENE PENSIOEN GROEP N.V,gevestigd te Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en APG.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97275/HA ZA 04-1148 van de rechtbank Maastricht van 18 maart 2009 en 26 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.073.218 en HD 200.073.218/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 12 juni 2012 en 20 november 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 12 juni 2012 en 20 november 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
APG heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede door mr. L.E.H. van de Wouw-Scholz, advocaat te Amsterdam, voor APG.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van APG begroot op € 2.552,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 25 oktober 2013.