Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BY0201

2012-11-20 Strafrecht 10/05406
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-11-20
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
10/05406
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2012/1502

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vervolg op HR LJN BX4491. HR: 81 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.999 tekens)
20 november 2012
Strafkamer
nr. S 10/05406


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 april 2010, nummer 20/001997-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.


1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. Vervolgens heeft ook mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, namens de verdachte bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

1.2. De Hoge Raad heeft bij arrest van 28 augustus 2012 (LJN BX4491) geoordeeld dat het eerste door mr. Van Rijsbergen voorgestelde middel, dat klaagt over het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding geldig is betekend, faalt en dat de Advocaat-Generaal alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de overige voorgestelde middelen.

1.3. De Advocaat-Generaal Vegter heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd dat de Hoge Raad kan volstaan met de vaststelling dat zich een overschrijding heeft voorgedaan van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM en tot verwerping van het beroep voor het overige.

1.4. Mr. Mooren heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede door mr. Van Rijsbergen voorgestelde middel en de door mr. Mooren voorgestelde middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde door mr. Van Rijsbergen voorgestelde middel

3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie weken en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.