Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BX6764
2012-10-23
Strafrecht
11/01512
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX6764 → ECLI:NL:PHR:2012:BX6764
Inhoudsindicatie
Slagende bewijsklacht (opzettelijk hennep telen).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (14)
- ECLI:NL:PHR:2026:50 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1351 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:953 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2021:1157 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:656 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:567 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:337 Parket bij de Hoge Raad 06-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1154 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:250 Parket bij de Hoge Raad 17-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:807 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:528 Parket bij de Hoge Raad 21-05-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:1000 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2017
- ECLI:NL:HR:2014:3146 Hoge Raad 11-11-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:1967 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (2.790 tekens)
23 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/01512
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 september 2010, nummer 20/002242-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van feit 2 - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het onder 1 primair tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.1. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 5 december 2007, te Oisterwijk, in een perceel (gelegen aan de [a-straat 1]), opzettelijk heeft geteeld ongeveer 789 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.3. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte zelf opzettelijk hennep heeft geteeld, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 oktober 2012.
Strafkamer
nr. S 11/01512
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 september 2010, nummer 20/002242-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van feit 2 - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het onder 1 primair tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.1. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 5 december 2007, te Oisterwijk, in een perceel (gelegen aan de [a-straat 1]), opzettelijk heeft geteeld ongeveer 789 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.3. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte zelf opzettelijk hennep heeft geteeld, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 oktober 2012.