Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BX5576

2012-10-19 Civiel recht 11/05084
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-10-19
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/05084
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 2012/607 | RvdW 2012/1317 | NJB 2012/2250 | RFR 2013/13 | JWB 2012/496 | JPF 2013/27 | JIN 2012/197 met annotatie van M.M. Schouten

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verdeling algehele gemeenschap van goederen na echtscheiding; vordering op de gemeenschap wegens betaling uit privé-vermogen; art. 1:95 lid 2 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (9)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.755 tekens)
19 oktober 2012
Eerste Kamer
11/05084
TT/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C.J. Smallenbroek,


t e g e n


[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak FA RK 08-5211 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 juni 2009 en 17 juni 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.073.717.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 augustus 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van de in cassatie bestreden beschikking, tot afdoening van de zaak ten principale als in alinea 10 van de conclusie is voorgesteld en tot veroordeling van de verweerder in cassatie in de op het cassatieberoep gevallen kosten.


3. Beoordeling van de middelen


3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Partijen zijn in 1985 met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
(ii) [Verweerder] heeft buiten de huwelijksgoederengemeenschap vallende gelden - verkregen uit een erfenis - geïnvesteerd in verbetering van de tot die gemeenschap behorende echtelijke woning.
(iii) In juni 2009 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken.


3.2 De onderhavige procedure betreft de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Voor zover in cassatie van belang gaat het om de vraag op welk bedrag [verweerder] aanspraak kon maken in verband met de hiervoor in 3.1 onder (ii) bedoelde investering. Het hof heeft dat bedrag vastgesteld op € 50.000,-- en heeft [verzoekster] veroordeeld om dit bedrag aan [verweerder] te betalen. De middelen richten zich tegen deze veroordeling.

3.3 De middelen slagen. Een betaling door een echtgenoot uit diens privévermogen ten behoeve van de huwelijksgoederengemeenschap kan leiden tot een vordering ter hoogte van die betaling van die echtgenoot op die gemeenschap, maar niet, zoals het hof heeft geoordeeld, tot een zodanige vordering van die echtgenoot op de andere echtgenoot. Ook klagen de middelen terecht dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, nu beide partijen zich in hoger beroep op het standpunt stelden dat het vast te stellen bedrag ten laste van de ontbonden gemeenschap diende te komen.

3.4 De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 augustus 2011;
verstaat dat het door het hof vastgestelde bedrag van € 50.000,-- aan [verweerder] dient te worden vergoed ten laste van de te verdelen ontbonden huwelijks-goederengemeenschap en dat die gemeenschap met inachtneming hiervan dient te worden verdeeld.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 19 oktober 2012.