Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BX5572
2012-10-12
Civiel recht
11/01698
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX5572 → ECLI:NL:PHR:2012:BX5572
Inhoudsindicatie
Opdracht. Vaststelling inhoud en reikwijdte opdracht; Halviltex-maatstaf; betekenis van gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (192)
- ECLI:NL:RBROT:2026:10285 Rechtbank Rotterdam 22-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2325 Gerechtshof Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1667 Gerechtshof Amsterdam 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16859 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13741 Rechtbank Den Haag 21-05-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2739 Gerechtshof Den Haag 19-05-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1241 Gerechtshof Amsterdam 12-05-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2026:3713 Rechtbank Gelderland 29-04-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:2617 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-04-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:4481 Rechtbank Rotterdam 03-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1724 Rechtbank Midden-Nederland 18-03-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:851 Gerechtshof Amsterdam 17-03-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:1242 Rechtbank Overijssel 03-03-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:965 Rechtbank Overijssel 24-02-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:924 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-02-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:1056 Rechtbank Limburg 04-02-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:835 Rechtbank Overijssel 04-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:123 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:375 Rechtbank Midden-Nederland 28-01-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:570 Rechtbank Overijssel 13-01-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:563 Rechtbank Rotterdam 07-01-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:560 Rechtbank Overijssel 06-01-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:7683 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-12-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:7481 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-11-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:7496 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-11-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:317 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18-11-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14477 Rechtbank Noord-Holland 15-10-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:6061 Rechtbank Overijssel 14-10-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:9546 Rechtbank Limburg 01-10-2025
- ECLI:NL:OGEABES:2025:65 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17-09-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2377 Gerechtshof Amsterdam 11-09-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2377 Gerechtshof Amsterdam 11-09-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6457 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:5500 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-09-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2459 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-09-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:4755 Rechtbank Oost-Brabant 30-07-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4567 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 09-07-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4302 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 09-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27985 Rechtbank Den Haag 08-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27273 Rechtbank Den Haag 14-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8532 Rechtbank Den Haag 14-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:511 Parket bij de Hoge Raad 09-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2709 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-04-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2445 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-04-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:2656 Rechtbank Oost-Brabant 16-04-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2381 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-04-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:4918 Rechtbank Rotterdam 11-04-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:1925 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-04-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:815 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25-03-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:761 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-03-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:2213 Rechtbank Amsterdam 19-03-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1315 Rechtbank Midden-Nederland 19-03-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:1063 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-02-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:3060 Rechtbank Gelderland 29-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:930 Rechtbank Den Haag 22-01-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:352 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:138 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-01-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:48 Rechtbank Overijssel 08-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:150 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2024:7955 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-12-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (8.299 tekens)
12 oktober 2012
Eerste Kamer
11/01698
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A] ARCHITECTEN,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
STICHTING MONTESSORI SCHOLENGEMEENSCHAP AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 392590/HA ZA 08-757 van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2008, 25 februari 2009 en 3 juni 2009;
b. de arresten in de zaak 200.040.814/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 juli 2010 en 28 december 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Stichting is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden arresten en tot verwijzing.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Eiser] is werkzaam als architect. In opdracht van de Stichting heeft hij onderzoek gedaan naar de geschiktheid van locaties voor het stichten van een nieuwe school in de vorm van zogenoemde ruimte/volumestudies.
(ii) [Eiser] is niet betrokken bij de uiteindelijke bouw van de school. Die opdracht is begin 2007 naar een ander gegaan.
(iii) Bij brief van 20 februari 2007 heeft de Stichting aan [eiser] gevraagd om facturen voor zijn werkzaamheden, voorzien van bijlagen en onderbouwing met betrekking tot elf projecten.
(iv) [Eiser] heeft vervolgens elf facturen (genummerd [001]-[011]) aan de Stichting gezonden, alle gedateerd 28 februari 2007.
(v) Bij brief van 3 april 2007 heeft de Stichting aan [eiser] medegedeeld dat de facturen voor vergoeding bij de gemeente ten laste van het Huisvestingsprogramma 2008 zijn ingediend en dat de Stichting tot betaling kan overgaan zodra dit programma is vastgesteld.
(vi) Bij brief van 17 april 2007 heeft [eiser] de Stichting gesommeerd de openstaande facturen te betalen en heeft hij de Stichting in gebreke gesteld voor het geval betaling zou uitblijven.
(vii) De Stichting heeft twee latere facturen van [eiser] (van 26 juni 2007), betrekking hebbend op het project "Gymzaal 1" (€ 4.641,-- inclusief BTW) en project "onderzoek woningen" (€ 7.824,25 inclusief BTW) voldaan. De overige facturen zijn niet voldaan.
3.2 [Eiser] vordert in de onderhavige procedure, voor zover in cassatie nog van belang, veroordeling van de Stichting tot betaling aan hem van € 102.296,43, vermeerderd met rente en kosten. De Stichting heeft als verweer onder meer aangevoerd dat zij [eiser] weliswaar een opdracht heeft gegeven, maar dat die niet de werkzaamheden omvatte die [eiser] thans heeft gefactureerd.
3.3 Het hof heeft (rov. 3.7 van het tussenarrest) overwogen dat partijen van mening verschillen over de inhoud en reikwijdte van de opdracht, waarvan in de stukken een exacte omschrijving ontbreekt. Vervolgens nam het hof (rov. 3.8 van het tussenarrest) voor het vaststellen van de inhoud van de opdracht tot uitgangspunt dat deze ziet op onderzoek naar de vraag of op een bepaald stuk grond binnen het kader van het bestemmingsplan voldoende ruimte/volume aanwezig is voor een nieuw te bouwen school. Aldus omvat, naar het hof oordeelde, de opdracht:
- het zoeken naar een locatie;
vaststellen of op deze locatie de benodigde oppervlakte in m2 beschikbaar is en tot welke hoogte gebouwd mag worden;
- raadplegen van het geldende bestemmingsplan;
- kadastraal onderzoek: rusten er op de locatie beperkt zakelijke rechten.
3.4 In zijn eindarrest heeft het hof vervolgens (rov. 2.6, 2.7 en 2.9) geoordeeld dat [eiser] een deel van de gefactureerde werkzaamheden en kosten niet aan de Stichting in rekening kan brengen, te weten het uitvoeren van een haalbaarheidstoets voor het bouwproject en de werkzaamheden die betrekking hebben op schetsen, tekeningen, digitaliseren, maquettes en boekjes en de daarbij gemaakte kosten, omdat die niet binnen de door het hof in zijn tussenarrest geformuleerde opdracht vallen. Voorts wees het hof de factuur van [eiser] die betrekking had op het "Programma van Eisen" af, omdat de Stichting onvoldoende weersproken zou hebben gesteld dat zij daartoe nooit opdracht heeft gegeven. De door [eiser] in rekening gebrachte werkzaamheden en kosten die naar het oordeel van het hof wel verricht en gemaakt zijn binnen het kader van de opgedragen werkzaamheden becijferde het hof op een bedrag van € 8.695,--.
Het veroordeelde de Stichting vervolgens tot betaling van dat bedrag aan [eiser].
3.5 Onderdeel 1 klaagt dat het hof bij de vaststelling van de inhoud en reikwijdte van de aan [eiser] gegeven opdracht van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan nu die inhoud en reikwijdte bepaald worden door hetgeen partijen zijn overeengekomen en het hof heeft nagelaten te onderzoeken welke betekenis partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en uitlatingen terzake mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Deze klacht is gegrond. Het hof heeft de omvang van de opdracht slechts beredeneerd vanuit een uitgangspunt dat het koos op basis van de vaststelling van hetgeen tussen partijen met betrekking tot de opdracht niet in geschil is, namelijk dat de Stichting aan [eiser] een opdracht heeft verstrekt tot het doen van ruimte/volume-onderzoek, en is voorbijgegaan aan het partijdebat over de vraag wat "het doen van ruimte- en volumeonderzoek" concreet inhield. Het hof is in het geheel niet ingegaan op de in onderdeel 3 vermelde, door [eiser] voor de rechtbank en voor het hof aangevoerde stellingen ten betoge dat de opdracht veel ruimer was dan de Stichting verdedigde, welke stellingen onder meer inhielden dat [eiser] na elk locatieonderzoek gerapporteerd heeft, dat het onderzoek vervolgens mondeling door partijen werd besproken en dat de Stichting noch naar aanleiding van de door haar ontvangen schriftelijke rapportages waaruit bleek van de thans in rekening gebrachte werkzaamheden ten behoeve van het bouwproject en het Programma van Eisen, noch naar aanleiding van de mondelinge besprekingen, uitlatingen heeft gedaan waaruit [eiser] moest afleiden dat de Stichting meende dat [eiser] werkzaamheden verrichtte waarvoor hij geen opdracht had gekregen. Het hof heeft dan ook kennelijk de Haviltexmaatstaf, aan de hand waarvan de rechter de inhoud van een overeenkomst behoort vast te stellen, miskend; daarbij verdient opmerking dat ook gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst van belang kunnen zijn voor de aan die overeenkomst te geven uitleg.
3.6 De overige onderdelen behoeven geen behandeling. Waar het hof in zijn eindarrest voortbouwt op zijn in het tussenarrest neergelegde oordeel met betrekking tot hetgeen de opdracht omvat, behoort ook het eindarrest te worden vernietigd.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 27 juli 2010 en 28 december 2010;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 881,99 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 oktober 2012.
Eerste Kamer
11/01698
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A] ARCHITECTEN,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
STICHTING MONTESSORI SCHOLENGEMEENSCHAP AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 392590/HA ZA 08-757 van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2008, 25 februari 2009 en 3 juni 2009;
b. de arresten in de zaak 200.040.814/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 juli 2010 en 28 december 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Stichting is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden arresten en tot verwijzing.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Eiser] is werkzaam als architect. In opdracht van de Stichting heeft hij onderzoek gedaan naar de geschiktheid van locaties voor het stichten van een nieuwe school in de vorm van zogenoemde ruimte/volumestudies.
(ii) [Eiser] is niet betrokken bij de uiteindelijke bouw van de school. Die opdracht is begin 2007 naar een ander gegaan.
(iii) Bij brief van 20 februari 2007 heeft de Stichting aan [eiser] gevraagd om facturen voor zijn werkzaamheden, voorzien van bijlagen en onderbouwing met betrekking tot elf projecten.
(iv) [Eiser] heeft vervolgens elf facturen (genummerd [001]-[011]) aan de Stichting gezonden, alle gedateerd 28 februari 2007.
(v) Bij brief van 3 april 2007 heeft de Stichting aan [eiser] medegedeeld dat de facturen voor vergoeding bij de gemeente ten laste van het Huisvestingsprogramma 2008 zijn ingediend en dat de Stichting tot betaling kan overgaan zodra dit programma is vastgesteld.
(vi) Bij brief van 17 april 2007 heeft [eiser] de Stichting gesommeerd de openstaande facturen te betalen en heeft hij de Stichting in gebreke gesteld voor het geval betaling zou uitblijven.
(vii) De Stichting heeft twee latere facturen van [eiser] (van 26 juni 2007), betrekking hebbend op het project "Gymzaal 1" (€ 4.641,-- inclusief BTW) en project "onderzoek woningen" (€ 7.824,25 inclusief BTW) voldaan. De overige facturen zijn niet voldaan.
3.2 [Eiser] vordert in de onderhavige procedure, voor zover in cassatie nog van belang, veroordeling van de Stichting tot betaling aan hem van € 102.296,43, vermeerderd met rente en kosten. De Stichting heeft als verweer onder meer aangevoerd dat zij [eiser] weliswaar een opdracht heeft gegeven, maar dat die niet de werkzaamheden omvatte die [eiser] thans heeft gefactureerd.
3.3 Het hof heeft (rov. 3.7 van het tussenarrest) overwogen dat partijen van mening verschillen over de inhoud en reikwijdte van de opdracht, waarvan in de stukken een exacte omschrijving ontbreekt. Vervolgens nam het hof (rov. 3.8 van het tussenarrest) voor het vaststellen van de inhoud van de opdracht tot uitgangspunt dat deze ziet op onderzoek naar de vraag of op een bepaald stuk grond binnen het kader van het bestemmingsplan voldoende ruimte/volume aanwezig is voor een nieuw te bouwen school. Aldus omvat, naar het hof oordeelde, de opdracht:
- het zoeken naar een locatie;
vaststellen of op deze locatie de benodigde oppervlakte in m2 beschikbaar is en tot welke hoogte gebouwd mag worden;
- raadplegen van het geldende bestemmingsplan;
- kadastraal onderzoek: rusten er op de locatie beperkt zakelijke rechten.
3.4 In zijn eindarrest heeft het hof vervolgens (rov. 2.6, 2.7 en 2.9) geoordeeld dat [eiser] een deel van de gefactureerde werkzaamheden en kosten niet aan de Stichting in rekening kan brengen, te weten het uitvoeren van een haalbaarheidstoets voor het bouwproject en de werkzaamheden die betrekking hebben op schetsen, tekeningen, digitaliseren, maquettes en boekjes en de daarbij gemaakte kosten, omdat die niet binnen de door het hof in zijn tussenarrest geformuleerde opdracht vallen. Voorts wees het hof de factuur van [eiser] die betrekking had op het "Programma van Eisen" af, omdat de Stichting onvoldoende weersproken zou hebben gesteld dat zij daartoe nooit opdracht heeft gegeven. De door [eiser] in rekening gebrachte werkzaamheden en kosten die naar het oordeel van het hof wel verricht en gemaakt zijn binnen het kader van de opgedragen werkzaamheden becijferde het hof op een bedrag van € 8.695,--.
Het veroordeelde de Stichting vervolgens tot betaling van dat bedrag aan [eiser].
3.5 Onderdeel 1 klaagt dat het hof bij de vaststelling van de inhoud en reikwijdte van de aan [eiser] gegeven opdracht van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan nu die inhoud en reikwijdte bepaald worden door hetgeen partijen zijn overeengekomen en het hof heeft nagelaten te onderzoeken welke betekenis partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en uitlatingen terzake mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Deze klacht is gegrond. Het hof heeft de omvang van de opdracht slechts beredeneerd vanuit een uitgangspunt dat het koos op basis van de vaststelling van hetgeen tussen partijen met betrekking tot de opdracht niet in geschil is, namelijk dat de Stichting aan [eiser] een opdracht heeft verstrekt tot het doen van ruimte/volume-onderzoek, en is voorbijgegaan aan het partijdebat over de vraag wat "het doen van ruimte- en volumeonderzoek" concreet inhield. Het hof is in het geheel niet ingegaan op de in onderdeel 3 vermelde, door [eiser] voor de rechtbank en voor het hof aangevoerde stellingen ten betoge dat de opdracht veel ruimer was dan de Stichting verdedigde, welke stellingen onder meer inhielden dat [eiser] na elk locatieonderzoek gerapporteerd heeft, dat het onderzoek vervolgens mondeling door partijen werd besproken en dat de Stichting noch naar aanleiding van de door haar ontvangen schriftelijke rapportages waaruit bleek van de thans in rekening gebrachte werkzaamheden ten behoeve van het bouwproject en het Programma van Eisen, noch naar aanleiding van de mondelinge besprekingen, uitlatingen heeft gedaan waaruit [eiser] moest afleiden dat de Stichting meende dat [eiser] werkzaamheden verrichtte waarvoor hij geen opdracht had gekregen. Het hof heeft dan ook kennelijk de Haviltexmaatstaf, aan de hand waarvan de rechter de inhoud van een overeenkomst behoort vast te stellen, miskend; daarbij verdient opmerking dat ook gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst van belang kunnen zijn voor de aan die overeenkomst te geven uitleg.
3.6 De overige onderdelen behoeven geen behandeling. Waar het hof in zijn eindarrest voortbouwt op zijn in het tussenarrest neergelegde oordeel met betrekking tot hetgeen de opdracht omvat, behoort ook het eindarrest te worden vernietigd.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 27 juli 2010 en 28 december 2010;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 881,99 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 oktober 2012.