Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BW1486
2012-05-08
Strafrecht
10/03759
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BW1486 → ECLI:NL:PHR:2012:BW1486
Inhoudsindicatie
Geen beslissing op beslag, art. 353 Sv. Kennelijk heeft het Hof uit het pv van de tz. in e.a. en het vonnis afgeleid dat geen beslag ex art. 94 Sv meer rustte op het geldbedrag. In aanmerking genomen dat in e.a. is geen beslissing genomen omtrent de door de OvJ gevorderde verbeurdverklaring en niet blijkt dat in h.b. is verzocht om teruggave is niet onbegrijpelijk dat het Hof geen beslissing omtrent het inbeslaggenomen geldbedrag heeft genomen. Conclusie AG: anders.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:RBNNE:2026:1744 Rechtbank Noord-Nederland 13-05-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2025:7484 Rechtbank Overijssel 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6019 Rechtbank Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4982 Rechtbank Den Haag 26-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2317 Rechtbank Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1771 Rechtbank Den Haag 11-02-2025
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.252 tekens)
8 mei 2012
Strafkamer
nr. S 10/03759
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 augustus 2010, nummer 23/003762-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is gegeven over het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-.
2.2. Kennelijk heeft het Hof uit het proces-verbaal van de in eerste aanleg gehouden terechtzitting en het naar aanleiding daarvan gewezen vonnis afgeleid dat de Politierechter heeft vastgesteld dat geen krachtens art. 94 Sv gelegd beslag meer op een geldbedrag van € 20,- rustte, en geoordeeld dat om die reden geen beslissing omtrent zodanig beslag meer is vereist. In aanmerking genomen dat in eerste aanleg geen beslissing is genomen omtrent de door de Officier van Justitie gevorderde verbeurdverklaring van bedoeld geldbedrag, en niet blijkt dat ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte of door zijn raadsman om de teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag is verzocht, is dat oordeel niet onbegrijpelijk.
2.3. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.
Strafkamer
nr. S 10/03759
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 augustus 2010, nummer 23/003762-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is gegeven over het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-.
2.2. Kennelijk heeft het Hof uit het proces-verbaal van de in eerste aanleg gehouden terechtzitting en het naar aanleiding daarvan gewezen vonnis afgeleid dat de Politierechter heeft vastgesteld dat geen krachtens art. 94 Sv gelegd beslag meer op een geldbedrag van € 20,- rustte, en geoordeeld dat om die reden geen beslissing omtrent zodanig beslag meer is vereist. In aanmerking genomen dat in eerste aanleg geen beslissing is genomen omtrent de door de Officier van Justitie gevorderde verbeurdverklaring van bedoeld geldbedrag, en niet blijkt dat ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte of door zijn raadsman om de teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag is verzocht, is dat oordeel niet onbegrijpelijk.
2.3. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.